Welkom op de Grunaubaby homepageindex Omhoog Forthcoming Event GBIIbDeutschland GBIII Deutschland Histories The Museumbabies Hungary Baby Baby in Brazil GB in Belgie DDR Grunau Baby GB in Austria GB in Danmark Cumulus Zlin 24 Krajánek GB in England SF27A

 

 

N.V.Vliegtuigbouw, Deventer

 In Deventer woonde de heer A.L.Bauling, toen de stuwende kracht van de Vliegclub Teuge. Bauling begreep dat die kleine, handige Baby precies was hetgeen de Nederlandse zwevers in het toenmalige stadium nodig hadden en dat er in ons land zeker behoefte zou zijn aan enige tientallen.

De N. V. Vliegtuigbouw werd opgericht en medio 1936 begon het nieuwe bedrijf met de heer Wijkens als werkplaatschef te werken. Aanvankelijk op een zolder aan de Molenbelt, later in een grotere loods in de Zwolsestraat.

Toen de N. V. op gang gekomen was, werd de heer Snellen als chef constructeur aangesteld, die in deze functie de destijds zeer moderne V-20 bouwde. Behalve de V-20 produceerde de N.V.Vliegtuigbouw nog een Grunau-8 tweezitter en een open lestoestel van het type “Universal”. De Baby’s bleven toch de hoofdschotel vor­men.

In totaal heeft de N.V.Vliegtuigbouw 16 Grunau Baby’s aan de Nederlandse clubs afgeleverd, de meeste via het Nationale Luchtvaartfonds, dat voor de oorlog de clubs met materieel steunde. De in Deventer gebouwde Baby’s worden ook wel “Bau­ling Baby's” genoemd naar de oprichter van het bedrijf. Ook hebben deze Baby’s het vergrote en fraai afgeronde richtings­roer. Na de oorlog startte het bedrijf opnieuw maar nu op het vliegveld Teuge met de bouw van een serie, toen moderne houten prestatie zweefvliegtuigen van het type `Sagitta`.

De Nederlandse Grunau Baby IIa werd volgens een offerte van Bauling uit 1938 aangeboden voor de prijs van ƒ1165, -, inclusief windsnelheidsmeter en naturel gelakt. In kleuruitvoering kwam er ƒ40, - extra bij.

PH-43 “Koosje”       Vanaf de zolder aan de Molenbelt

Gebouwd door de NV Vliegtuigbouw, Deventer. Het was de eerste van de eerste serie (1/I) Een Grunau Baby IIa. Op 20.06.36 ging hij naar de Zweef­vliegclub “Rotterdam” met een sleepvlucht vanaf Teuge naar Waalhaven. De vlucht duurde ± 1 uur. Voor deze eerste Baby werd een prijs berekend van f 935, -. Een dergelijk bedrag kon de ZCR echter alleen opbrengen doordat Koosje Stadhouders, de gastvrouw van de Nationale Luchtvaart School, de club maar liefst ƒ500, - schonk. De nieuwe Baby werd dan ook prompt naar haar genoemd. Later werd deze prijs enkele malen verhoogd en in 1938 was hij tot ƒ 1065, - gestegen.

De komst viel samen met de viering van het 10-jarig bestaan van de Rotterdamse Aero Club, zodat Koosje onmiddellijk de hoge belangstelling trok van de autoriteiten op luchtvaartgebied zoals Plesman, van Tijen, van Neyenhoff  en vele anderen. Het keurig afgewerkte toestel werd door allen geprezen. 

Wat er met de Baby is gebeurd aan het begin van de oorlog is onbekend. Het is mogelijk dat hij op het oude Terlet stond in mei 1940. Een andere bron zegt echter dat hij op 5 mei 1940 werd vernield door bombarde­menten. (bron Jubileumboek ZCR)

PH-45 "Donald Duck".

Dit was een Grunau Baby IIa gebouwd door de NV Vlieg­tuigbouw, Deventer, (2/I) een z.g. Bauling  Baby. Dit vliegtuig ging naar de Eerste Limburgsche Zweefvliegclub, Heerlen.

In 1939 is hij door de Heer Vaasen geheel gereviseerd.

In 1947 heeft het vliegtuig tijdens zweven de bomen geraakt en is zwaar beschadigd. Is daarna aan de Ambachtsschool gerepareerd. Tijdens de reparatie is het vliegtuig gecontroleerd door Vaasen. Het no. van het BVL is 35, gewicht 147kg, het zwaartepunt ligt op 35,1%. BVL kan worden uitgereikt.

Hier volgen de reparaties:

“Romp geheel nieuwe neus vanaf het dashbordspant, geheel nieuwe staart vanaf de achterkant vleugel, 9 stuks nieuwe spanten, 6 achtergordingen aangelast. Nieuwe gordingen voor aangelast. Nieuwe beplating neus en staart”.

Aldus het reparatierapport op 30 Juni 1951.

In 1952 vloog de toen 17-jarige Eddy van Bree uit Brunssum vanaf Heerlen naar Langewiese, een afstand van 176 Km.

In 1957 was het weer betrokken bij een ongeval maar op 30.09.57 was er weer een BVL-keuring na reparatie.

Op 30.09.64 is de inschrijving door gehaald met als motief: “Niet meer luchtwaardig”.

PH-46 “Blauwe Baby”  

Een Grunau Baby IIa gebouwd door de NV Vliegtuigbouw, Deventer SN (3/1). 

De eerste vlucht was op 28.07.36 op Teuge achter een Pander PH-AIT. De piloten waren van Graft, Bauling en Hoekstra.. Het vliegtuig was bestemd voor de NV Nederlands Instituut voor Zweefvliegen, Amsterdam. 

Het vliegtuig is waarschijnlijk over de kop gegaan op Teuge. Het is toen snel gerepareerd en blauw  gelakt vandaar de naam “Blauwe Baby”.

Op 20 juni 1938 is bij een ongeval op Groningen de romp gebroken aldus een inspectie rapport van 5.10.38.

In 1944 is het verloren gegaan bij Arnhem.

Na de slag om Arnhem in september 1944 gebruikten de Duitsers de Centrale Werkplaats (voorheen de werkplaats van M.Th. Vaassen) als paardenstal. Enkele daar opgeslagen zweefvliegtuigen en de gehele materiaalvoorraad werden buiten op een hoop gegooid.

PH-50 “Roenkel”

Een Grunau Baby IIa gebouwd in 1936 door de NV Vliegtuigbouw, Deventer, als vierde in de eerste serie (4/I). Op 16.8.1936 maakt Bauling  een vlucht op Twente. Volgens het NIVZ-boekje "invliegen". Was dit de eerste vlucht? Het vliegtuig ging naar de Walcherensche Zweefvliegclub, Kouderkerke en kreeg de naam: “Roenkel”.

In juli 1939 kreeg hij een ongeval tijdens het zomerkamp. 

Volgens een rapport van Spierenburg van 25 april 1942 was het vliegtuig niet meer te repareren en vernietigd.

PH-71

Een Grunau Baby IIa gebouwd in 1937 door de NV Vliegtuigbouw, Deventer, als eerste van de tweede serie (1/II). Het was, zoals de meeste nieuwe Baby’s in opdacht van Nederlandse Bond van Zweefvliegclubs gebouwd, en bestemd voor de Heldersche Zweefvliegclub, Den Helder.

De heer H.G.Müller uit Heilo schrijft over de Baby: “Na de eerste oefeningen met de open Zögling kregen wij de beschikking over een modern toestel, een Grunau Baby, die ons in bruikleen werd gegeven door de Nederlandsche Bond van Zweefvliegclubs. Dit toestel had een gesloten cabine.

Op zaterdagmiddagen en zondagen werd geoefend op het terrein van het vliegkamp De Kooy, waar de Zweefvliegclub veel me­dewerking ondervond van de chef-technische dienst, de officier MSD 1e klas Dolle­kamp. Wij mochten de toestellen in de “takken” van de hangaar ophangen, d.w.z. in de ijzerconstructie van het dak.

Brokken bleven bij de vluchten niet uit. Deze beschadigingen werden door de leerlingen eigenhandig hersteld”.

Deed in 1938 mee aan de Nationale Zweef­vliegwedstrijden op Terlet.

Waarschijnlijk is de PH-71, samen met de Zögling PH-44 direct na het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940, bij vermoedelijk de vierde luchtaanval om ongeveer 12.00 uur op De Kooy vernietigd, tegelijk met  het motorvliegtuig van J. Jimmink.

De in onderstaand rapport slechts met hun constructienummer genoemde toestellen zijn:

II/1 en 2: PH-71 en PH-76

III/1 t/m 6: PH-85, -86, -91, -95, -96 en -97.

Verslag van inspectie No. 1 bij de N.V. Vliegtuigbouw Deventer op 7 October 1937.

In aanbouw waren twee series zweefvlieg­tuigen van het type Grunau Baby II, te we­ten:

Serie 2, No. 1 en 2;

Serie 3, No. 1; 2; 3; 4; 5 en 6.

Allereerst werd met de heer Wijkens, be­drijfsleider van de N.V. besproken, dat in den vervolge de onderdeelen voor de in aanbouw zijnde zweefvliegtuigen van een stempel voorzien zouden worden, waaruit blijkt wat het serie- en het fabrieksnummer van het zweefvliegtuig is, waartoe deze onderdeelen behooren.

Dit heeft het voordeel, dat vervangingen tijdens het gebruik door de clubs en de scholen, direct geconstateerd kunnen worden en dat bij vluchten naar het buitenland geen douanemoeilijkheden kunnen ontstaan, daar deze nummers ook op het b.v.l. voorkomen.

Aan het stempelen van gecontroleerde en goedgekeurde onderdeelen (LVD-stempel), zal door mij goed in de hand worden gehouden om moeilijkheden, als die zich bijvoorbeeld met het zweefvliegtuig PH-58 hebben voorgedaan (bij reparatie werden afwijkingen in de afmetingen van de vleugelligger gevonden), te voorkomen.

De stempels zullen zooveel mogelijk op vaste plaatsen worden aangebracht. Zoo zullen in den vervolge bij het zweefvliegtuig type Grunau Baby II de stempels op de gecontroleerde vleugelliggers geplaatst worden ter hoogte van rib 4; 12; 16 en 20.

Door het stempelen van hoofdonderdeelen consequent voor den geheelen aanbouw van zweefvliegtuigen in Nederland door te voeren, voorkomt men tevens dat zweefvliegtuigen worden samengesteld uit onderdeelen gesloopt uit oude buitenlandsche zweefvliegtuigen.

Gecontroleerd werden de vleugelliggers voor serie 2, No. 1 en 2.

Over het algemeen waren de afmetingen van de liggers grooter dan op de werktekening was aangegeven. Slechts bij serie 2,1 was de breedte der ligger ter hoogte van rib 19, 19,6mm in plaats van 20mm en bij serie 2,2 ter hoogte van rib 15, 26mm in plaats van 26,5mm

Daar de liggers nog beplankt moeten worden met aan beide zijden 1,5mm triplex en de maten op de werkteekening met deze triplexbeplanking opgegeven zijn (dus b.v. ter hoogte van rib 19, serie 2, 1 was de afmeting 22,6mm) zullen de afwijkingen later nog geringer zijn dan resp. 0,4 en 0,5mm, zoodat ik de liggers voor deze afwijkingen niet heb afgekeurd.

De rompen voor serie 2, 1 en 2 zijn reeds geruimen tijd geleden vervaardigd en waren door den Heer Oyens gecontroleerd. (De Heer Oyens werkte echter niet met de LVD-stempels.)

Voorts werden door mij gecontroleerd de romplangsliggers voor de zweefvliegtuigen serie 3, No. 1, 2, 3, 4, 5 en 6.

Hiervan werden door mij: Twee liggers afgekeurd wegens kwasten en uitlopende nerf; Een ligger wegens maatfout van 1mm (op15mm); Twee liggers wegens beschadiging en roestblauw, vermoedelijk ten gevolgen van vroeger ter plaatse aanwezig geweest zijnde spijkers.De overige rompliggers werden door mij goedgekeurd en gestempeld.

Tot slot werd door mij de herstelling bezichtigd van het bij een ongeval (rapport 1937-2) beschadigde zweefvliegtuig PH-27. (Een Anfänger gebouwd door Schleicher en in gebruik op Teuge. RED.)

De liggerlasschen waren naar behoren uitgevoerd. (schuinte 1:18 en 1:15).

Ik heb den Heer Wijkens medegedeeld, dat hij de herstelling kan voltooien en na afloop een reparatieverslag aan de L.V.D. dient op te zenden.

‘s Gravenhage, 8 October 1937.

Wg

PH-76

Een Grunau Baby IIa die in 1938 door de NV Vliegtuigbouw, Deventer, werd gebouwd als tweede in de tweede serie (2/II). Dit vliegtuig werd in begin 1938 afgeleverd aan de Vliegclub “Teuge”, Deventer. In mei 1938 was het vliegtuig al betrokken bij een ongeval, de bestuurder was A.L.Bauling. Na de oorlog zou het vliegtuig in april 1951 weer in gebruik genomen worden. Maar het bleek in een zeer slechte staat. Volgens de opgave: slijtage en verwering. De beplating van de vleugelneus is bij beide vleugels door slijtage en inwerking van vocht van zodanig slechte kwaliteit, dat dit geheel vernieuwd moet worden. Ook op de liggers moeten delen van de triplex beplating worden vernieuwd. Voor zover te zien is het toestel verder in goede staat, behoudens enige beschadigde ribben, welke tijdens de opslag deze winter werden beschadigd”. Op 09.06.52 werd het toestel na reparatie weer voor BvL goedgekeurd.

De inschrijving werd op 10.04.68 doorgehaald op “Verzoek van KNVvL”.

PH-84 “De Bij”

Grunau Baby IIa. In 1938 gebouwd bij de NV Vliegtuigbouw, Deventer. Het was het derde toestel in de tweede serie (3/II). Dit vliegtuig was bestemd voor de Arnhemsche Zweefvliegclub, Arnhem. Het was een cadeautje van Van der Bij, de eigenaar van een toen bestaand instituut voor schriftelijk onderwijs. Het kreeg de naam van de ge­ver: “De Bij”. En er werd daarom een “bij” op de zijkant van de neus geschilderd. Van­wege de oorlogsdreiging moest het vlieg­tuig, door de regering opgelegd, vanaf 1 april 1940 oranje geschilderd worden.

Dit toestel is niet heelhuids de oorlog door­gekomen. In het voorjaar van 1948 werd de Baby weer aan de vloot toegevoegd, zwaar beschadigd tijdens de slag om Arnhem, en daarna moeilijkheden met de schadevergoeding. Maar weer luchtwaardig bij de Gelderse Zweefvliegclub. Na de aflevering door de Centrale Werkplaats van de KNVvL werd op Hemelvaartsdag aardig gethermiekt.  In 1951 werd het geheel gerevi­seerd en kwam 28 mei 1951 weer bij de vereniging terug die toen de Geldersche Zweefvliegclub heette. Deze naamsveran­dering is gekomen doordat er meer leden van buiten Arnhem aanwezig waren en om het ledental van buiten Arnhem nog meer te doen stijgen.

Op 13 October 1964 is de inschrijving door­gehaald daar het niet meer luchtwaardig was.

PH-85

Een Grunau Baby IIa in 1938 gebouwd door de NV Vliegtuigbouw Deventer. Het  was in de derde serie het eerste vliegtuig (1/III).

Dit toestel, besteld door den Heer A. D. de Koster deze was de eerste eigenaar is later overgedragen aan het Nederlandsch Instituut voor Zweefvliegen kreeg het registratiekenmerk PH-85. De vleugels werden gecontroleerd en in orde bevonden. Aldus het inspectierapport op 30.06.38. Ter gelegenheid van de “Derde Nederlandsche Propagandadag voor Luchtvaart en Luchtverdediging” was er op maandag 19 september 1938 een demonstratie op het Militair Noodlandingsterrein De Grote Heide bij Venlo. Er waren ook zweefvliegdemonstraties. Behalve met hun eigen ESG PH-35 werd de PH-85 voorgevlogen door J. v. d. Meer. Voor zover na te gaan is was dit de eerste keer dat de VZC op de Venlose Hei echt had gevlogen.

Later is het naar de Leidsche Zweefvliegclub te Oegstgeest gegaan. Uiteindelijk is het terechtgekomen bij de Zuidhollandsche Vliegclub.

In de zomer van 1946 werd in de Centrale Werkplaats van de KNVvL een zwaartepuntshaak ingebouwd.

In 1948 werd het toestel afgekeurd en is niet meer hersteld. Op 07.03.48 nl was het betrokken bij een ongeval waarbij het door het ijs zakte. Door de ca 3cm dikke ijsschotsen werd de romp op enkele plaatsen stuk gesneden. Het werd door Faassen geinspecteerd de schade viel wel mee maar mogelijk bij revisie zouden err onaangename verrassingen te voorschijn komen. Daarom besloot het bestuur van de ZHVC het toestel uit de vaart te nemen en beschikbaar te stellen voor belastingsproeven. Met de vleugels van de PH-85, werd in 1950 in het NLL de belastingsproef uitgevoerd, waarbij bleek dat de breukfactor niet 8 was, zoals in de Duitse voorschriften was voorgeschreven, maar 10. De uitkomsten van deze proef hebben dienst gedaan, toen de Rijksluchtvaartdienst gegevens nodig had voor het opvoeren van het toelaatbare totaalgewicht. In Duitsland was het hoogst toegelaten vlieggewicht toen 250 kg, in Nederland werd dit  280 kg. 

PH-86 “Pegasus” 

Grunau Baby IIa in 1938 bebouwd door de NV Vliegtuigbouw Deventer, serie III, nr.2.

Dit zweefvliegtuig is, als PH-86 bestemd voor de Twentsche Zweefvliegclub. Voor dit toestel werden de langsliggers gecontroleerd en in orde bevonden. Aldus het inspectieverslag op 30.06.38.

Hoe het de oorlog is doorgekomen is niet bekend maar een feit is dat het in 1946 weer vloog. De eerste kraak valt ook te melden op 25.05.46. Op 4 meter hoogte overtrokken en tegen de grond geslagen waarbij twee rompgordingen, twee spanten en de schaats gebroken waren. De schade is toen snel gerepareerd want op 21.07.46 werd de schouderlijst bij een harde landing beschadigd.

In mei 1950 maakte het vliegtuig een zware kraak. Het werd in de clubwerkplaats gerepareerd gezien onderstaande notitie.

“Aan Hr Spierenburg.

Bauling Baby PH-86 

Eigendom van Twentsche Zweefvliegclub - “TZC”

Wordt gerepareerd voor een oude kraak. (Op Mei ‘50.)

Geschiedt in de clubwerkplaats te Enschede - Lipperkerkstr. 246 o.l.v. Hr Sybranda tel. te bereiken: Almelo K5490-2811

Zal waarschuwen als rep. gereed is voor indekken. Als U toch in de buurt is ga eens kijken.Sybranda is alleen technicus.

Bezoek gebracht op 22.8.51".

Geparafeerd met MF waarschijnlijk M.Faassen

Op 13.06.52 werd het vliegtuig weer in gebruik genomen en kreeg de naam “Pegasus”. In het midden van de jaren vijftig verdween deze naam weer.

Op 21.07.59 was het vliegtuig. weer bij een ongeval betrokken. Bij de start bleef de staartslof achter een ingegraven steen haken met als gevolg zware schade aan het rompachterstuk. Hoewel de start werd doorgezet werd op 125m ontkoppeld, het voetenstuur bleek niet meer bruikbaar. Er werd echter toch veilig geland.

In 1961 werd het buiten gebruik gesteld en op 28.11.62 werd de inschrijving in het luchtvaartregister doorgehaald.

In 1964 werd het toestel feestelijk verbrand. De brandstichter was Bertus van der Salm.

NB. Twentse Zweefvliegbronnen beweren dat de PH-86 de vroegere PH-29 is. Hiervoor is nergens bevestiging gevonden. Mogelijk heeft de in 1939 in aanbouw (en nooit ingeschreven) zijnde Grunau Baby iets met deze zaak te maken. Zie bij PH-29.

PH-91

Gekocht in 1937 door de Delftse Studenten Aëroclub (1/6 deel) en de Haagse Zweefvlieg Club (HZC) deze aankoop werd gesteund door het Nationale Luchtvaart Fonds (NLF). 

Een Grunau Baby IIa gebouwd door de NV Vliegtuigbouw te Deventer. In de derde serie was dit het derde vliegtuig (3/III). Het werd begin december 1938 afgeleverd en maakte op 12 maart 1939 zijn eerste lierstarts met als piloot Prof van Dijck. De eerste overland was al op 3 april 1939. Teepe vloog naar Abbenes na een vliegtuigsleepstart. Op de sluitingsdag kamp Welschap in augustus 1939 is het bij de landing zwaar beschadigd. Het is dzz niet bekend waar het gerepareerd is.

Ook is de Baby gebruikt voor blindvliegproeven door Prof van Dijck. Deze had een soort schotel met daarin stalen kogeltjes. Hoe het werkte en wat de proeven hebben opgeleverd is niet bekend.

Kwam heelhuids de 2de WO door. In 1946 ging de gehele eigendom over naar de HZC voor F200, -.

Op 25 november 1947 werd dit vliegtuig ingezet voor het zweefvliegen langs de duinen. Een harde wind is dan noodzakelijk, maar dat geeft ook grote risico's. In Stormtij verhaalt Dots Dresselhuys hoe deze vlucht verliep. Twee namen zijn mij bekend van degenen die aan de vleugelstijlen  hangend met het vliegtuig vanaf het strand op het duin werden gezet nl Hein Schwing en Dick Klink. Deze laatste zou later in de 2e WO sneuvelen in een Spitfire. De romp was doormidden en een vleugeltip afgebroken. Gelukkig voor de ZHVC hadden zij een bevriende club, de KZC, die voor hen de Baby repareerde. De KZCer's hadden toentertijd geen veld en vlogen elk weekend bij de ZHVC. Wel hadden ze ruime ervaring met houtreparaties, want ze waren in eigen beheer bij Fokker een Grunau Baby  aan het bouwen (PH-187).

Met de PH-91 werden de eerste proeven in Nederland met een zwaartepuntshaak gedaan, in april 1946. Deze haak was er door de Centrale Werkplaats ingebouwd. 

In oktober 1952 ging het vliegtuig over naar de Zuidhollandsche Vliegclub.

Op 25.01.59 was het betrokken bij een ongeval. Kwam na de start in een hagelbui terecht en kon het veld niet meer halen. Bij de dwarswindlanding die vanwege obstakels gemaakt moest worden ontstond schade aan de romp. Het vliegtuig is op 23 maart 1960 gekeurd door de heer S. J. v. d. Burg (de laatste keuring was op 5 november 1958) en goedgekeurd. Het Vliegtuig had toen totaal 3089 starts gemaakt en 393:05 uur gevlogen. Tussen de laatste en deze keuring had het 836 starts gemaakt en 129:59 uur gevlogen

Bij een buitenlanding te Keienborg met de rechtervleugel een laagspanningskabel geraakt. Hierdoor liep de snelheid zodanig op dat het gekozen veld te kort bleek. Vleugel op twee plaatsen gebroken, van de romp de hoofdspanten beschadigd. Het vliegtuig werd afgeschreven.

De inschrijving werd op 18.06.64 doorgehaald met als reden “Buiten gebruik gesteld”.

PH-95 “Anteparta” 

Dit was uit de derde serie het vierde vliegtuig, een Grunau Baby IIa, die door de NV Vliegtuigbouw Deventer is gebouwd (4/III). Op 5 oktober 1938 was de romp in aanbouw, de vleugels bleken slecht verlijmd te zijn met name de schetsplaatjes. Op 5 november 1938 werd de romp goedgekeurd, stabilo en hoogteroer afgekeurd en moesten opnieuw aangeboden worden. De vleugels werden behoudens enige details goedgekeurd.

Begin 1939 ging het naar de Vliegclub “de Teuge” te Deventer. Het had BvL nr. 49. De Teugenaren noemden hem "Anteparta", te vroeg geboren. Ze hadden nl het geld nog niet om het vliegtuig te kunnen betalen.

Het vliegtuig is heelhuids de oorlog doorgekomen. Het was veilig opgeborgen bij een boer in Gorsel. De eerste zweefvlucht na de oorlog werd volgens H. Vrielink op 8 juli 1945 gemaakt te Gorsel.

Op 10.06.1950 vloog het bij een overland vlucht (Boekelo) in de landing tegen een boom. Van de rechtervleugel waren de ribben 3-11 vanaf de ligger tot en met de eindlijst weggerukt. Van de linkervleugel was de rolroerligger gebroken en enige ribben beschadigd. De rechterzijwand van de cockpit totaal weggeslagen tot het eerste hoofdspant. 

Het vliegtuig is in de clubwerkplaats op vliegveld Teuge onder leiding van de heer H. Th. Olthof gerepareerd. Tijdens deze reparatie is het vliegtuig voorzien van remkleppen en daardoor een IIB geworden.Op 04.06.51 vloog hij weer. 

Op 08,06.59 vloog J.Bernsen overland naar Schladen in Duitsland, een afstand van ruim 300km.

De inschrijving werd op 10.04.68 doorgehaald op “Verzoek van de KNVvL “.

PH-96

Grunau Baby IIa Sn (6/III). Op 29 december 1938 waren de vleugels goedgekeurd maar nog niet bekleed. Ook het stabilo- hoogteroer was goedgekeurd en met de romp was men net begonnen.

Begin 1939 kwam het toestel gereed en leverde de NV Vliegtuigbouw Deventer dit vliegtuig af aan de Noord Nederlandsche Aëro Club te Groningen. BvL nr. 49. 

In gebruik genomen op 9 juli 1939 en door Legro ingevlogen. In dat jaar maakte het 36 starts en vloog 3 uur en 10 minuten en 50 seconden. De vliegers die deze starts maakten waren: Legro, Robaard, Hoogland, Kuipers, Wigboldus, Hart Nibbrig, Lotgenius en Hilarides.

Het kwam goed de oorlog door en vloog op het instructiekamp op Leende. Het maakte daar 40 starts. Trots staat dan bij “bijzonderheden“ in het dagboek van het vliegtuig: geen reparaties. Dit kamp werd nl gebruikt om instructeurs en vliegtuigen te controleren op hun luchtwaardigheid. 

Dat ze luchtwaardig waren bewees J. K. Hoekstra door stuntvluchten te maken na vliegtuigsleepstarts. Dit gebeurde op het Pinkstervliegfeest van 9 en 10 juni 1946 te Eelde. Helaas werd het toestel getroffen door een vallende kabel. Er was 1 rib gebroken in de linkervleugel. Hoekstra en Dijkman voerden de reparatie uit. Het vliegtuig mocht toen nog niet vliegen want op aanwijzing van de heer Vaassen moesten de boutgaten van de vleugelstijlen en de stijlbeslagen beter passend gemaakt worden. Nieuwe vleugelstijl cardans en beslagen werden door Fokker aangebracht. Op 18 augustus 1946 vloog het toestel weer.

Op 14 september  1947 moest Legro kennelijk overvliegen. Dit ging echter mis want hij vloog met de rechtervleugel  tegen een lantaarnpaal bij een landing op de betonweg. Veldman repareerde de vleugel waardoor het vliegtuig op 13 oktober weer kon vliegen. Eind 1947 werd het toestel afgekeurd door ir Zweypfenning van de RLD. Oude reparaties moesten vervangen worden. Een complete overhaul inclusief bekleden en spuiten. Op 9 juli 1948 werd het geheel in orde bevonden. Op 4 juni 1949 werd het toestel door G. Herwig aan de rand van het veld tegen boompjes gevlogen en is daarna in de sloot doorgeschoten. De linkervleugel was gebroken, de neus ingedrukt en de romphals ontzet. 

In 1950 kocht de Stichting Zweefvliegen “Deelen” het wrak van de NNAC. Het had toen 767 starts gemaakt en 64 uur gevlogen. Het werd gerepareerd te Deelen onder toezicht van dhr M. Vaassen.

Op 8 juni 1951 stond het vliegtuig ter inspectie gereed in de Centrale Werkplaats der KNVvL op Terlet. Tegelijk werd een BvI aangevraagd. Waarom het tot 1954 duurde voordat dit werd uitgereikt is onduidelijk.

De Stichting Zweefvliegen Deelen vloog er weer mee op 31 juli 1954. Het vliegtuig was intussen gemodificeerd door het uit te rusten met remkleppen. Een IIb dus.

Op 28 mei 1960 kreeg het toestel een ernstig ongeval. Het kwam in de lucht in botsing met een K-8 de PH-258. Uit de beschikbare gegevens kan worden afgeleid dat het tweetal, thermiekvliegend,  op 900m hoogte tegen elkaar is gebotst. De Baby stortte neer waarbij de piloot, Ted v.d.Wal, om het leven kwam. Hoewel de K-8 ernstig beschadigd was - romp ontzet, deel van de vleugelvoorrand weggeslagen, eindlijst gebroken - zag deze piloot, D.H.Levöleger, kans het toestel gecontroleerd aan de grond te krijgen.

Vast stond dat de Baby tegen de K-8 was gebotst maar daaruit kon wat betreft de schuldvraag geen conclusie getrokken wor­den.

Op 24 oktober 1961 werd de inschrijving doorgehaald.

PH-97

Grunau Baby IIa Sn (5/III)

Op 28 juni 1939 werd het BVL uitgereikt aan de NV Vliegtuigbouw. Wat verder met dit toestel is gebeurd is onbekend.

PH-101

1946 Soesterberg. Prinses Juliana met Beatrix en Irene bewonderen de Grunau Baby. Foto archief Willen Jansen Groesbeek

Een Grunau Baby IIa. Door de NV Vliegtuigbouw Deventer ge­bouwd onder Sn (7/III). In 1939 werd het overgedragen aan de Stichting Nationaal Luchtvaartfonds van de KNVvL te ‘s-Gravenhage. Begin 1940 kwam het bij de Amsterdamsche Club voor Zweefvliegen. 

Uit de A.C.v.Z. Mededelingen van augustus /september 1945 het volgende:

De PH-101 was het toestel dat wij in het begin van den oorlog kregen toegewezen in ruil voor onze Rhönbussard PH-65, welke wij indertijd ten geschenke hadden ontvangen van het Ned, Inst. Voor Zweefvliegen. Gezien de vlieglooze periode leek het ons destijds verstandig het toestel op zijn oorspronkelijke plaats te laten d.w.z. in de Centrale werkplaats te Arnhem, onbekend met het lot dat Arnhem boven het hoofd hing.

Direct na de capitulatie van Duitschland informeerden wij bij de K.N.V.vL. naar de welstand onzer Baby. Men kon ons helaas niet veel hoop meer geven. Oorlogsgeweld was de oorzaak dat de geheele inhoud der Centrale Werkplaats moest worden afgeschreven. Maar ziet, niets is veranderlijker dan de K.N.V.v L., en zoo bereikte ons een dezer dagen het heugelijke bericht dat ons troetelkindje slechts licht beschadigd was doordat de Duitschers de rompen op elkaar hadden gesmeten. De vleugels waren zelfs volkomen intact. Slechts de instrumenten waren gestolen.

De K.N.V.v L. heeft intusschen reeds het initiatief genomen om het toestel te doen vervoeren naar de vliegtuigfabriek te Leende, bij Eindhoven. Na reparatie zal het toestel aan het kamp te Eindhoven deelnemen van 8 tot 15 September. Spoedig daarna zullen wij het dus in Amsterdam een waardig ontvangst kunnen bereiden.

Tijden het kamp in 1946 op Soesterberg werd een zwaartepuntshaak ingebouwd en deed men ervaring op om met deze methode te starten.

Het kreeg bij de ACVZ, deze club vloog toen al op Soesterberg, een ongeval waarbij kennelijk de romp vernield werd. De vleugels zijn in 1955 gebruikt voor de PH-190.

Omhoog ] Eigenbouw ] Fokker Baby's ] Het Begin ] [ Bauling Baby's ] Schleicher Baby's ] De Overlevenden ]