Welkom op de Grunaubaby homepageindex Omhoog Forthcoming Event GBIIbDeutschland GBIII Deutschland Histories The Museumbabies Hungary Baby Baby in Brazil GB in Belgie DDR Grunau Baby GB in Austria GB in Danmark Cumulus Zlin 24 Krajánek GB in England SF27A

 

Zij die de tand des tijds doorstonden.

PH-58  “Snijer”  

      

                                                                                                                De doop na de restauratie

In 1936 is deze Baby IIa  gebouwd door NV Vliegtuigbouw te Deventer, als vijfde van de eerste serie (5/I) BVL nr. 10. Door het Luchtvaartfonds was halverwege 1936 een toezegging gedaan dat de Eindhovense Zweefclub een Grunau Baby in bruikleen zou krijgen. Maar het zou nog een hele tijd duren voor die beloofde Baby kwam. Het opgezegde lidmaatschap van de BNZC had hier ook wat mee te maken. Want nadat verschillende clubs klachten hadden ingediend, vond een reorganisatie plaats. De EZC werd opnieuw lid en ziedaar, op 8 mei 1937 krijgt de Eindhovense Zweef Club de PH-58 in bezit, en werd op Welschap door een Einhovense wedhouder gedoopt met de naam `Snijer´, Brabands voor `Libel`. Deze naam erfde hij van de Mayer PH-2. (Na de fusie in 1938 met de NBAC werd de naam Eindhovense Aero Club.)( E.A.C.).

7 september 1937 werd het BvL geschorst wegens een ongeval. De Arnhemsche zweefvliegtuigbouw nam dit toestel dan in reparatie en ontdekte diverse afwijkingen in de afmetingen van de vleugelligger.

30 oktober 1937 werd, na reparatie, het BVL weer uitgereikt. Het toestel maakte in 1937 567 starts en vloog 31 uur en 2 minuten. Weer slaat het noodlot toe en werd het BvL op 14 juni 1938 weer geschorst wegens een ongeval. De lijmverbindingen, aangebracht door de Arnhemsche zweefvliegtuigbouw, waren niet zo best. 26 juli 1938 werd wederom een BVL uitgereikt.

Waar het vliegtuig gedurende de 2e Wereldoorlog is gebleven is niet bekend. Na de oorlog werd, in 1946, de Baby afgekeurd en in de Centrale werkplaats opgeknapt. Op 28 juni 1949 werd het BvL weer voor het eerst uitgereikt en kon de Einhovense Aero Club er weer mee vliegen.

Op 3 juni 1951 werd de “Snijer” beschadigd tijdens de start en op 1 mei 1952 verliep het BvL. In mei 1954 waren de reparaties voltooid en werd er weer een BvL uitgereikt. In 1960 krijgt K. Hinkel de "Hugenholtz beker" voor zijn vlucht van 5 uur en 51 minuten. Vanuit Terlet vloog Schijven naar Appels, ten zuiden van Antwerpen. Een afstand van maar liefst 150 km. Tot 1965 is er met dit vliegtuig door de EAC mee gevlogen

Op 8 mei 1965 is de inschrijving door de RLD doorgehaald. 

Toen de met caseïne gelijmde houten toestellen werden afgekeurd is de PH-58 in de bouwloods gezet als proefobject voor onderhoudswerk en later als curiositeit opgeslagen. Men was toen blij dat het oude hout werd opgeruimd, want het kunststoftijdperk was aangebroken. 

Het toestel is door zweefvliegtechnicus A.C.Frishert te Gilze Rijen voor de Einhovense Aero Club ge­restaureerd. Men heeft daartoe de stichting `Baby 58`opgericht. Voor meer info zie: http://www.baby58.nl

PH-102

Baby IIa gebouwd in Nederland bij de NV Vliegtuigbouw Deventer. Sn (8/III) Was het laatste zweefvliegtuig dat voor de tweede wereldoorlog aan de vloot van de Nederlandse zweefvliegerij werd toegevoegd. In 1939 werd deze kleploze Baby geleverd aan de “Stichting Nationaal Luchtvaart Fonds” van de KNVvL te ‘s-Gravenhage. De houder werd de Eindhovensche Aero Club. Waar hij gedurende de oorlog is geweest is niet bekend. Het vliegtuig stond in augustus 1945 in de Centrale Werkplaats. Uit een inspectierapport van 18 augustus 1945 bleek de romp beschadigd maar de vleugels waren redelijk. In juli 1946 werd dit vliegtuigje ingezet bij een KNVvL zomerkamp op het Echtenerveld bij Hoogeveen. Met een vlucht van 12 minuten behaalde Piet Vleesch du Bois op dit zomerkamp zijn C-brevet. 

Met dit toestel werd ook de tweede serie proeven genomen met de zwaartepuntshaak. Deze werd 10 cm voorlijker ingebouwd dan eerder bij de PH-91. Dit werd de standaard opstelling.

Op 15 juli 1952 ging dit vliegtuig naar de EAC te Eindhoven. In 1954 deed dr. Huddleston Slater in dit vliegtuig mee aan de Nationale Kampioenschappen op Terlet hij was toen “een der oudere deelnemers”. 

Deze Baby heeft model gevlogen voor een folder tbv het NZC. Het werd op 17 augustus 1954 gefotografeerd door Hans Kosman vanuit een  vloog Jan Koek.  Het werd in 1959 doorverkocht aan België (Ghent Aviation Club?), waar het waarschijnlijk niet meer heeft gevlogen. Op 7 augustus 1959 werd het uit het Nederlands luchtvaartregister geschreven.

In 1991 werd het door de huidige eigenaar Ewald Janssen Groesbeek teruggekocht. Het kostte nogal wat moeite om de Baby los te peuteren. De eigenaar wilde er een stevige prijs voor hebben. Hij beschouwde het als een waardevol stuk antiek. Achteraf heeft deze man gelijk gekregen.  Het is nl. de enige Bauling Baby die weer in het Luchtvaartregister is ingeschreven. De vleugels en de romp waren beschadigd.  Ewald Jansen Groesbeek en Peter Deege hebben in 7 jaar en 6000 werkuren  de restauratie uitgevoerd. Op zaterdag 24 mei 1997, een stralende dag, werd de Baby uit de hangaar gehaald om, na bijna 40 jaar, met Peter Deege  weer het luchtruim te kiezen. Het was de 1297e start van deze 140 kg zware kleploze Baby.  De thuisbasis is Hilversum.

PH-152  "Bluebird"  Foto's Ton van Hoorn 1977 op Terlet

Dit toestel is door Fokker in licentie gebouwd  en maakte deel uit van een serie zweefvliegtuigen die door de KNVvL was besteld. Het toestel, een Grunau Baby IIa is onder constructie nummer 6034 gemaakt in 1947 (caseïne) en was bestemd voor de EAC. In  mei 1951werd, als gevolg van afglijden tijdens de start, de PH-152 zwaar beschadigd aan de rechtervleugel en de romp. P.M. (Pa) Smits voltooide de reparatie in 1954. Eén en ander had plaatsgevonden op de zolder van zijn woonhuis, in de Musschenbroekstraat 30. Dit stukje huisvlijt leidde tot halsbrekende toeren toen de romp met behulp van een kraan uit de zolder van genoemde reparateur werd gehesen.

          Foto's Jilles Smits

Aan de tip Puck Smits, in de cockpit Jan van Tilburg Foto's Jilles Smits

Eind april 1956 is er melding van een zware kraak. Het vliegtuig werd op Terlet gerepareerd en was in augustus weer vlieggereed. Dit mocht als een prestatie aangemerkt worden gezien de schade die het vliegtuig had opgelopen.

In 1958 werd de Baby ingeruid voor een Prefect. De Baby ging toen naar de KZC die er tot 01.01.73 mee vloog.

In januari 1972 kregen de besturen van de zweefvliegclubs een brief van de secretaris afd. zweefvliegen N. G. Visser met het volgende aanbod: “Te koop een Grunau Baby IIa PH-152 bouwjaar 1947 voor een bedrag van ƒ800, - BTW wordt niet in rekening gebracht. Groot onderhoud wordt niet meer door de Centrale werkplaats verricht. Het toestel is caseïne gelijmd. Inlichtingen over de toestellen bij de heer P. Vleesch du Bois, directeur van het Zweefvliegcentrum Terlet. Wanneer geen enkele club dit toestel zou willen kopen, is het te huur voor ƒ450, --“.

Op 26.06.73. werd C.A.S. van Leeuwen-Runge te Nistelrode eignaresse. Ze gaf het de naam "Bluebird".

Vanaf 24.08.83 is R. van Loosbroek eigenaar, de thuisbasis is Nistelrode.

PH-167

Deze Baby IIb werd door Fokker in licentie gebouwd in 1947 onder werknummer 6049. Hij was bestemd voor de LSK Zweefvliegclub Gilze-Rijen.Van 1951 tot 1953 vloog het op Terlet. Op 01.01.53 in gebruik bij Gilzer Luchtvaartclub Illustrius. Het BVI werd op 21.01.71 doorgehaald. R.F.E. Frishert de huidige eigenaar verwierf het en heeft hem weer vliegklaar gemaakt. Het toestel kreeg, na een hele tijd uit het Luchtvaartregister te zijn geweest, op 6 april 1989 weer zijn BvL. De thuisbasis is Gilze- Rijen.

PH-212  Jan Peter Visser voor zijn fraaie Baby  

Deze Baby IIb is gebouwd in 1955 bij A.Schleicher in Poppenhausen Wn. 91. De eerste eigenaar was de KNVvL, die het toestel verhuurde aan de NNZC. De eerste BvL afgifte is op 17 augustus 1955. (Nr. 32).

De tweede vlucht was een oversleep naar vliegveld Eelde, waar de NNZC het houderschap kreeg. Op Eelde kende men toentertijd geen winterstop. Men vloog 12 maanden achtereen met gemiddeld 1000 starts per jaar. Overlandvluchten van meer dan 65 km werden destijds gevlogen. De eerste overland werd op 6-4-1956 gevlogen door dhr Reyers, hij landde bij Hijken na 52 minuten (28km) Ook dhr Klijnstra ging overland. Op 11-4-1956 landde hij bij Nieuwe Pekela na 42 minuten vliegen (28km). Van Varik vloog verder, op 12-4-1956 landde hij bij Reeke na 4uur en 25 minuten gevlogen te hebben (115km).

De grootste afstand werd afgelegd door dhr Plak. Hij vloog op 6-5-1957 naar Winterswijk een afstand van 125 km in 1 uur en 30 minuten.

Ook werd de Baby regelmatig naar Ameland overgesleept waar zgn. cursisten kampen plaats vonden. 

In september 1963  vond de eerste grote kraak plaats doordat men probeerde op een vleugeltip te landen inplaats van de schaats, dit ging niet en er volgde een “groundloop”.

Op 24 oktober 1969 is hij in eigendom overgegaan naar de KZC. Hij verhuisde in 1971 van Langeveld naar Texel om aldaar een heel jaar te vliegen. Na terugkomst op de thuisbasis Langeveld sloeg het noodlot toe. Op 20 juli 1974 werd hij gekraakt door een harde landing op de neus. De Kennemers zijn niet voor één gat te vangen en herbouwden de romp vanaf de sleephaak tot aan de zwaartepuntshaak. Door deze herbouw met inbreng van ideeën en alternatieven krijgt hij gedeeltelijk een eigen “Baby gezicht”.

Na 2 jaar werk werd opnieuw een BvL afgegeven (1976). Tijdens een stormachtige dag in november 1977 kwam hij na een harde windvlaag op z’n rug te liggen. Nu een flinke schade aan de vleugels. Ook dit werd gerepareerd.

Tot 1984 vloog hij zonder noemenswaardige gebeurtenissen op Langeveld waarna hij verkocht werd aan AWP Aviation (de heren C. Hooijberg en D. Algra te Giesbeek). Weinig vliegen 3 starts in 2 jaar volgens de boeken. Het BvL verliep op 30 mei 1985 en op 1 juni 1987 werd de inschrijving doorgehaald.

In 1991 treft de huidige eigenaar de Baby aan op Teuge, in een hoek van de hangaar. In één jaar tijd was het vliegtuig weer luchtwaardig en kreeg het z’n oude registratie weer terug. Het BvL werd verleend in 1992, het jaar waarin ook de eerste vlucht sinds zes jaren werd gemaakt.

25 lesvluchten op één dag worden niet meer gemaakt, in de “niet-vliegtijd” pronkt hij met zichzelf, wat wel verdiend is na 3800 starts.

Eigenaren zijn J. en J.P. Visser, de thuisbasis is Teuge.

 PH-213  “NicoBaby”

Deze Grunau Baby IIb Wn. 92 vloog voor het eerst in Nederland op 9 augustus 1955. Hij maakte deel uit van een serie van 10 Schleicher Baby’s, die door de KNVvL werd aangekocht en verdeeld over de Clubs. Bij de Amsterdamse Club voor Zweefvliegen maakte hij zijn eerste vluchten.

In 1968 belandde hij bij de in dat jaar opgerichte Eerste Zeeuwsvlaamse Aero club (EZAC). Het belangrijkste wapenfeit uit de EZAC periode is een overlandvlucht van 172 km, in 1974 gevlogen door R.Verschelling.

De laatste 20 jaar zijn kraakvrij verlopen, maar tijdens de eerste 20 jaar van zijn bestaan waren er 8 kraken te betreuren; de laatste op 30 augustus 1975.

Liefdevol werd in de privé- werkplaats van Nico Hoenkamp de Baby in twee jaar tijd gerestaureerd. Ter ere van dit werk werd de PH-213 “NICOBABY” gedoopt

Kroniek van 10 jaar Vrienden gemaakt door Mieke en Robien

BABY BIJ NA VERKOCHT

Axel, 16 augustus 1986. Het is druk bij de EZAC. Het is mooi weer en s’avonds is er een bijzondere ledenvergadering. Voor heel wat leden een reden om naar het veld te gaan.

De vergaderstukken voor die avond lagen  s’middags in de Glijhoek. De vergadering was bijeen geroepen om bet meerjarenplan van het bestuur te bespreken en vast te stellen. De gemoederen raakten alom verhit. We zullen ons hier, gezien de achtergrond van dit periodiek, beperken tot de plannen die er waren ten aanzien van de Grunau Baby IIb, PH 213, bijgenaamd Nico Baby.

Als een van de eerst uit te voeren acties op vlootgebied, stond de verkoop van de Baby op de lijst. Het kistje vloog te weinig, had op korte termijn groot onderhoud nodig, dus.....weg ermee!

Bij een aantal, toen nog vrij jonge vliegende meiden, kwam al gauw het gevoel op, dat toch voorkomen moest worden. Maar hoe?

Er moest snel een plan gesmeed worden, anders was hij diezelfde avond misschien al verkocht Onder hoogspanning werd een plan gemaakt, dat na overleg met vriend van het eerste uur, Snoerie, s’avonds door Elly aan de vergadering werd gepresenteerd.

Nadat er wat misverstanden uit de weg waren geruimd, ging de ledenvergadering, inclusief nagenoeg het hele bestuur, akkoord met het blijven van de Baby. De oprichting van wat later "de vrienden van NicoBaby" zouden worden was een feit. Het eerste bestuur, Robien van Gulik, Elly Harmsen, Margreet (Miep) Lucasse en Mieke Reinders, kon beginnen met het formuleren van de doelstelling, regelen van activiteiten en vooral het werven van fondsen.

BABY  IN ONDERHOUD

Net als ieder ander zweetvliegtuig heeft een Grunau Baby periodiek onderhoud nodig. Maar met het klimmen der jaren moet er ook af en toe wat extra's gebeuren omdat sommige dingen nu eenmaal verslijten. Daarnaast hebben we te maken met een vliegtuig dat in zijn beginjaren voor velen de eerste kist was om solo mee te vliegen en de eerste kist om mee overland te gaan. Alle beginnersfouten die hieraan verbonden waren kwamen op Nico’s boterham terecht. Dit heeft in de loop der jaren een indrukwekkende lijst van beschadigingen, die extra onderhoud vragen, opgeleverd.

De goedkeuring van Schleicher Grunau Baby 2B nr. 92 dateert van 26 mei 1955. Nico's eerste vlucht vindt plaats op 9 augustus 1955 en dan in maart 1956 loopt hij zijn eerste beschadiging op, een deukje in de romp. Op 22 april 1957 om 14.00 uur wordt bij een buitenlanding in een te klein veld een boompje geraakt de linkervleugel wordt bij de tip over twee ribben ingedeukt en loopt een beschadigde ligger en een gebroken aileronligger op. Tussen rib 19 en 23 moet de hoofdligger van de linkervleugel met de tussenliggende ribben vernieuwd worden. De stuurkuip wordt opnieuw bekleed en de stuurkabels worden vernieuwd. Het gehele vliegtuig wordt daarna opnieuw bekleed en gespoten.

Op 16 juni 1957 wordt een gat in de rompbodem gemeld zonder vermelding van de oorzaak. Op 22 oktober van datzelfde jaar om 15.00 uur gaat er iets mis op final: bij een overtrek na een slip wordt de rompneus zwaar beschadigd tot het eerste hoofdspant, de stuurbuis wordt naar achteren opgeschoven, en de schaats blijkt gebroken te zijn. In de winter wordt de triplexhuid vanaf de neusklos tot spant 4 vernieuwd, schaats en voetenstuur worden vervangen, stoelzitting en rugleuning worden hersteld.

Een krap jaar later, in juli 1958, moet ten gevolgen van een ongedocumenteerd voorval de cockpitbeplating tot het hoofdspant vernieuwd worden. De slijtplaat en de rompbodem worden aan beide kanten tussen spant 6 en 8 vernieuwd en de kiellijst wordt gerepareerd.

Op 25 oktober 1958 komt een vlieger hoogte tekort in de landing en raakt een boomtop. De rechter vleugeltip wordt over een lengte van 1.30 volledig vernield, torsieneus en rolroer lopen zware beschadigingen op, de torsieneus ter hoogte van de remkleppen en het rolroer tot aan de hefboom. Aan de rechterkant is de romphalsbeplating bovendien gescheurd vanaf spant 2 tot en met spant 6. Diverse ribben van beide vleugels moeten nu vernieuwd worden.

In de romp worden alle spanten tussen spant 3 en 7 vernieuwd, de gordingen en kiellijst worden vernieuwd en de romp wordt in zijn geheel opnieuw met triplex bekleed. Het vliegtuig wordt van nieuwe vleugelkleppen voorzien en het richtingsroer wordt vernieuwd,

Op 18 april 1960 om 16,45u opnieuw zware beschadigingen bij een ongedocumenteerd voorval: de linkervleugel is bij de wortel gebroken en beschadigd over de laatste 1.5 meter van de tip, de rechtervleugel is gebroken tussen de aansluiting van de diagonaal en het begin van de remklep en ook bij de aandrijving van de ailerons, de romp is vernield tot spant 4 en de staart is achter spant 7 gebroken. Het rompvoorstuk wordt tot spant 4 vernieuwd, net als het staartstuk tussen spant 7 en 10. De vleugels krijgen ingelaste stukken.

Op 23 maart 1962 wordt bij klein onderhoud de schaats vernieuwd. Ook krijgt Nico nieuwe tiplijstklosjes, nieuwe veiligheidsriemen en een nieuw windscherm.

Bij het overvliegen om 20.41uur op 23 juni 1962 botst Nico tijdens de uitloop tegen een geparkeerd staand vliegtuig. Schade: hoofdligger en torsieneus van de linkervleugel zijn gebroken ter plaatse van de aileronwortel, diverse ribben zijn vanaf de breukplaats tot ca. 1 .20m naar de tip, kapot. De beplating van de romphals is vanaf het hoofdspant tot het (gescheurde) spant voor aansluiting van de vleugeldiagonaal aan de bovenzijde losgescheurd. Ook de schaats is gebroken.

Op 28 juli 1963 werd, bij een voorval dat waarschijnlijk veroorzaakt werd door een te laag indraaien op final bij de Zweefvliegclub Den Helder, de rechtervleugeltip bij spant 18 afgebroken. De cockpit werd tot spant 5 vernield, de rompbeplating was ter hoogte van de staart gescheurd en de voorlijst van het hoogteroer was gebroken. Op Terlet wordt Nico eerst als total loss beschouwd maar later wordt bij toch "als stopwerk" gerepareerd. Vleugels en bovendek van de cockpit worden gerepareerd. De kabels worden vernieuwd en alles wordt spelingvrij gemaakt. Tot slot wordt de hele Baby weer opnieuw bekleed en gespoten. Pas in '65 is bij weer klaar.

Iets meer dan een jaar nadat Nico zijn eerste start bij de EZAC maakte, op 9 augustus 1969, wordt een buitenlanding besloten met een grondzwaai. Nico moet weer naar Terlet om de schade te herstellen. De torsieneus van de linkervleugel wordt gerepareerd en tussen rib 22 en 23 wordt nieuw triplex aangebracht. Weer een jaar later maken de boeken op 18 juli 1970 melding van een gat in de romp tijdens grondtransport.

In 1970 wordt bij bet winteronderhoud de rompbeplating bij de zwaartepuntshaak gerepareerd. In mei van datzelfde jaar wordt de triplexhuid tussen spant 1 en 2 gerepareerd en in juli wordt een scheur hersteld in de huidbeplating linksboven achter het hoofdspant.

De in 1962 vernieuwde schaats blijkt in januari 1974 alweer aan vernieuwing toe te zijn. Bij bet groot winteronderhoud in de winter van '74 moet de schaats weer gedemonteerd en gerepareerd worden. Linnen en lakwerk worden ook hersteld, de afdekplaat wordt gerepareerd en alle scharnieren worden gecontroleerd, gereinigd en gesmeerd. Hoogteroer en richtingsroer krijgen nieuwe kabels en de riembevestiging wordt gemodificeerd.

Tenslotte, op 30 augustus 1975, weer een grondzwaai nadat de linkervleugeltip de grond raakte bij een bocht op lage hoogte. Nico revalideert in de werkplaats van Nico Hoencamp en krijgt na herstel diens naam op de neus geschilderd. Bij de revalidatie heeft Nico voor Nico grotendeels nieuwe hoofdspanten gemaakt en heeft de toren opnieuw ingedekt. Het toestel is afgeschuurd en opnieuw gespoten en er wordt (weer) een nieuwe schaats geplaatst. De instrumenten worden vernieuwd en de linkervleugeltip wordt hersteld.

Na 1978, als Nico weer het luchtruim kiest, zijn er geen grote reparaties meer nodig geweest. De boeken vermelden alleen het reguliere onderhoud met af en toe een kleine reparatie van een gaatje in de rompbodem of een scheurtje in de triplexbeplating. Wel moest het Nico team in het voorjaar van 1996 afzien van deelname aan de nationale Oldtimermeeting op Salland omdat er voor een aantal noodzakelijke reparaties wat meer tijd nodig was. Zo moesten de stabilobevestigingen vastgezet worden, de venturi werd gerepareerd en de beslagen van de driftliggers moesten worden vastgezet.

Er zijn weinig onderdelen meer origineel aan onze Nico Baby, maar altijd is er uit de puinhopen toch weer een bruikbare Grunau Baby verrezen. Hopelijk valt het met kraken in de toekomst mee nu Nico een wat andere status heeft binnen de EZAC en zullen dergelijke grote vervangingen niet meer plaats hoeven hebben. Op naar de 100 jaar?

BABY THUIS

Het "thuis" van NicoBaby is Axel. Onder dit kopje verhalen we de tradities die bij Nico Baby thuis horen. Speciale evenementen staan elders. Bij tradities thuis hoort ten eerste de jaarlijks terugkerende inning van de vriendenbijdrage.

De nieuwjaarsreceptie is de gelegenheid voor het Babybestuur om de bezoekers op slinkse wijze het jaarlijkse tientje uit hun zak te kloppen.

En dan is er natuurlijk de traditionele doellandingswedstrijd met de, om de niet-vliegende vrienden en vriendinnen erbij te betrekken, al even traditionele 'koffie met....op de startplaats. De eerste wedstrijd uit de rij mag met recht een legendarische worden genoemd. Voordat de Baby voor een grote overhaul uit elkaar gehaald werd, werd nog een doellandingswedstrijd gehouden. De prestaties van toen zijn tot op heden niet geëvenaard. Karel Kok won. Hij stond op 50 centimeter van de ballon. Dit was slechts een neuslengte minder dan Sup Groeneweg (52 centimeter). Er waren pannenkoeken op de startplaats en ‘s avonds werd er een bingo in de kantine gehouden.

In verband met naaktheid van de Baby werd er niet gedoelland in 1987 en 1988. Vanaf 1989 werd er geen jaar meer overgeslagen. Hoe zeer het weer ook soms zijn best deed, de wedstrijd is elk jaar gevlogen.

In 1991 werd er iets aan het pure doellanden toegevoegd. Door een aantal eigenschappen van de vlieger te registreren op het gebied van constitutie (gewicht en lengte), persoonlijkheid (verbaal geweld voor de start) en vliegkwaliteiten (gebruik van kleppen en aantal landingen) en die met elkaar te vermenigvuldigen en door elkaar te delen, kwam er bij een evenwichtige samenstelling van de getallen iets rond de 213 uit. Het gaf een bijzondere dimensie aan de wedstrijd, want geen mens snapte iets van de codes en het gemeet. Het jaar daarop werd een echte nevenwedstrijd georganiseerd. Dit als een fare-well aan de oranje “Rhön”. De "PH 240 fanclub" had tot twee keer toe zijn financiële overschotten geschonken aan de "vrienden van Nico Baby". Dus een passend afscheid was op zijn plaats. De wedstrijd was een zoek-, kijk- en tekenwedstrijd voor gelegenheidsduo's. De prijzen waren aangepast aan de bijnaam van de “Rhön”, namelijk winterpenen, bospeentjes een potje worteltjes. Hiermee was een nieuwe traditie ontstaan, de nevenwedstrijd. De prijsuitreiking van de wedstrijden vindt ‘s avonds in de kantine tijdens een gezamenlijk dis plaats.

In 1990 is ter stimulering van het (overland)vliegen op de Baby en tegelijkertijd als oefening voor prille overlandvliegers, de "Jaarwedstrijd" in het leven geroepen. Punten kunnen jaarlijks behaald worden voor het starten, voor de vluchtduur en voor afstand. De bovenste drie plaatsen van de doellandingswedstrijd zijn bovendien ook goed voor extra punten. Ons aller Karel Kok omschreef enkele kleine overlands in de omgeving van het veld, waarmee ook extra punten in de wacht gesleept kunnen worden. Hiervan is tot op heden weinig gebruik gemaakt. De trofee, een wisselbeer, wordt uitgereikt op de jaarlijkse vriendenvergadering. Deze wordt, alweer traditioneel, voorafgaand aan de algemene ledenvergadering van de EZAC gehouden.

BABY OP REIS

In de afgelopen tien jaar heeft Nico Baby heel wat afgereisd, zowel binnen Nederland als daarbuiten. Leden van bet Nicoteam werden lid van de VHZ (Vereniging Historische Zweefvliegtuigen) en van de VGC (Vintage Glider Club). Zo werd het mogelijk om rally’s en meetings te bezoeken. Enkele meetings werden zelfs op Axel gehouden - hierover meer in bet hoofdstuk "Baby Speciaal".

Nico Baby nam in 1990 deel aan de nationale Oldtimermeeting in Salland, in 1991 in Venlo, in 1993 in Hoogeveen en in 1994 in Schinveld. Grote prestaties werden niet behaald, hoewel er een enkele maal langer dan een uur gevlogen kon worden. Maar de bijzondere sfeer en het contact met de oldtimerliefhebbers maakt deelname aan deze meetings heel leuk. De wedstrijden bij deze gelegenheden hebben vaak een bijzonder karakter, eenmaal kon Nico Baby in Axel terugkeren met een echte beker wegens het (als enige) exact vliegen van de vooraf opgegeven vluchtduur.

Ook op de internationale Oldtimermeeting van de VGC gaf Nico Baby acte de présence. Zo nam hij in 1990 deel aan de meeting op Keiheuvel (B) en in 1994 aan de meeting op Lasham (UK). Bovendien verrichtten leden van het Nico-team (zonder Nico zelf) hand- en spandiensten bij de VGC meeting op Terlet in 1992.

Sinds 1990 bezoekt Nico bijna jaarlijks op een najaarsweekend de EAC waar inmiddels een aanzienlijk percentage van de Vrienden van Nico Baby zijn thuisbasis heeft. De Eindhovense Vrienden kunnen dan onder het wakend oog van Snoerie kennismaken met het vliegen op de Baby, of hun vorige kennismaking vernieuwen.

Voor publiek liet onze Grunau Baby zijn beste kanten zien tijdens het "Concours d' Elegance", georganiseerd door de EAC in 1989, bij de luchtshow ter ere van het 6o jarige bestaan van de ZCR op Ypenburg in 1992 en, ook in 1992, bij de vliegdag ter gelegenheid van het 6o jarige EAC jubileum.

Eenmaal, in 1992, ging Nico Baby mee met het EZAC clubkamp in Issoudun (F). Lang zag het er naar uit dat Nico in de hangaar zou moeten blijven, maar eindelijk sloeg het weer om en werd het dan toch "Baby weer”. Nico Baby keerde tevreden terug naar Axel met twee mooie overlands in zijn vliegtuigboek.

En tenslotte ging Nico in 1993 zomaar met een aantal enthousiaste EZAC leden op stap naar Kortrijk waar een oldtimerbijeenkomst werd gehouden. Nico maakte er een startje of vijf en kon één keer ruim een uur blijven hangen.

BABY SPECIAAL

Sinds de EZAC Grunau Baby na de laatste grote kraak in 1978 als enige EZAC kist een naam draagt, is hij meer en meer een speciaal geval binnen de club geworden. De K8-en namen het werk van de "prestatie eenzitter" over en de Baby werd steeds minder ingezet in het vliegbedrijf. Een enkele maal kwam Nico nog wel eens buiten als het erg thermisch was. Pas toen de interesse voor de Baby toenam met de oprichting van de Vrienden van Nico Baby op 16 augustus 1986, namen ook het aantal starts en het aantal overlands (dat sinds mei '75 op nul stond) weer toe.

Om het "Babygevoel" levend te houden verscheen tot 1995 in elke Plus Drie het rubriekje "uit de babyfoon" waarin Nico Baby persoonlijk verslag deed van zijn belevenissen. Ook valt sinds 1987 "op onregelmatige tijdstippen" bij de Vrienden van Nico Baby de Nico Nieuwsbrief in de brievenbus. Verder vormt de sinds 1989 op eigen veld jaarlijks gehouden Babydoellandingswedstrijd zowel een van de hoogtepunten van het Babyjaar als van het EZAC jaar.

Naast deze en andere activiteiten op de thuisbasis voor de eigen achterban, beschreven in het hoofdstuk "Baby thuis", werden ook een aantal evenementen georganiseerd die andere oldtimers met hun eigenaren naar het Zeeuwsvlaamse veld lokten.

De nationale Oldtimermeeting van do VHZ bracht in 1989 en in 1992 zo'n twintig oude zweefvliegtuigen van andere velden naar Axel. Dit vergde natuurlijk wat organisatie, puzzeltjes als het stallen van twintig kisten die niet één-twee-drie te demonteren zijn, het transport van benzine voor de Pipercub, de benodigde hoeveelheid douchewater en de bierkeuze voor do Belgische Bieravond dienden opgelost te worden. Maar het succes was dermate groot dat het niet verbazingwekkend zou zijn als er nog meer van deze meetings op Axel zouden volgen.

   Ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van Nico Baby werden de eigenaren van andere Grunau Baby’s in 1995 uitgenodigd om het jaarlijkse Babytreffen in Axel te houden. Men ging er op in en het was een spectaculair gezicht om zoveel Fokker Schleicher -, Bauling - en andere Baby’s op de Axelse startplaats te zien. De uitnodigingen waren naar Nederland, Frankrijk, België, Duitsland en Engeland verstuurd maar de meeste Baby’s bleken toch nog in Duitsland te vliegen.

Het aantal starts dat Nico Baby jaarlijks maakt is niet groot vergeleken bij andere EZAC-kisten. Nico staat echter in Nederland als oldtimerzweefvliegtuig dat jaren aan de top met het grootste aantal starts per jaar. Op de dagen dat hij volop ingezet wordt, zorgt hij voor veel vliegplezier Bovendien maken jaarlijks weer een aantal leden kennis met het vliegen op de Baby en sommigen blijven het een uitdaging vinden om er op te vliegen. En daarmee is zo'n van de voornaamste doelstellingen van de Vrienden van Nico Baby verwezenlijkt.

Nico Baby is in zijn lange leven een aardig aantal keren overland geweest. Van de overlands die gevlogen werden voordat Nico een EZAC-kist wordt, is helaas weinig bekend, maar uit de EZAC geschiedenis kunnen we de volgende lijst opstellen:

Overlands en buitenlandingen:

2 juni; 1968 - Eerste start bij de EZAC in Hulst

9 aug 1968 - Buitenlanding met schade, vlieger en aard v.d. prestatie niet te achterhalen

9 aug 1969 - An d'Hooghe: Hulst

14 aug 1969                 -G. v.d. Lee; Hulst - Kallo (8), 8km

15 mei 1971                 - Eerste start op Hoek

13 juli 1971 - A Oobbelaar: Hoek Desselgem (8), 55 km in 1 15u

17 juli 1971 -E. de Lyon: Hoek - Lilic (F), 120km in 5.25u

18 juli 1971 - 0. v.d. Lee: Hoek -Geraardsbergen (8), 56 km in 2 33 u

21 mei 1972                 - P.A. Will: Hoek - Zaamslag, 12km

17 juni 1972                 -L M. Jansen. Hoek - Paal (B), 24km in 1 16u

10 juli 1972 - L M Jansen: Hoek - Olinge, 23km in 1 20u

18 mei 1974                 - Eerste safari vanaf Axel

9 juli 1974   - L Ringoot Axel Hekant, 11 km in 0 36u

10 juli 1974 - H. Doppegieter Axel Temse (B), 30 km in 1 uur

12 juli 1974 - 0. Lindenbergh Axel - Grauw, 20 km in 0 46u

29 juli 1974 - R. Verschelling Axel Pfalzdorf (D)172,5km in 4.49u

18 aug 1974                 - W. Verstraeten Axel  Grauw, 20 km in 2 25u

25 aug 1974                 - J. Oppenneer Axel  Ossenisse (8)15km in 0 12u

31 mei 1975                 - J. Braal Axel  Floberq (B), 65km in 1.30u26 mei 1990                 - E. Fekkes Salland Lemelerveld 2 km in 0.22u

30 mei 1991                 - K Kok Issoudun Chateauneuf- Bourges - Issoudun, 76 km in 2 55u

31 mei 1991                 - D. Westbroek. Isssoudun - Bourges - Issoudun, 64 km in 2 05u

BABY IN CIJFERS           

Geboren in 1955, met een geboortekeuring op 26 mei. De fabriek verlaten met een gewicht van 160,5 kg.

Eenenveertig levensjaren leverden op:

Negen kraken; acht kapotte vleugels; vier kapotte rompen, vierduizend negenhonderd vierendertig (4934)starts; zeven streepjes op twee vleugels, een romp en een stabilo; negentien (19) fokkernaalden aan het vliegtuig en één in de romp; negen (9) doellandingswedstrijden met vijf (5) vliegers, die onder één meter bij de ballon stilstonden; vanaf negentienhonderd achtenzestig (1968)  zestien (16) overlands waarin zevenhonderd tweeentachtig en een halve (782)  kilometer bij elkaar gevlogen word; achtentwintig meter stof voor een uitgangspak; in tien jaar vijftien bezoeken aan tien verschillende velden;

Eén papa Nico, die onlangs vijfentachtig bloemen kreeg; achttien nieuwsbrieven en drie speciale uitgaven; vijfhonderd drieenveertig (543) uren en zevenenveertig (47) minuten in de lucht; zevenennegentig babyvrienden en vriendinnen; twee kappen, waarvan een op zolder...... en dit alles per vijfentwintig augustus negentien zesennegentig (25 augustus 1996)

PH-214 Tempo Doeloe

   

                                  In de cockpit Iris                                                               De Baby onderweg van Salland naar Kusel in Duitsland op 10-8-2010

Op 26 mei 1955 werd door ing W.Gilges van de firma A.Schleicher te Poppenhausen  een "Fertig prufung" gedaan aan de Grunau Baby WN 93 en overgedragen aan de KNVvL als PH-214.

Op l6 juni 1955 is door de KNVvL een BVL aangevraagd en de verschuldigde le­ges à ƒ15, - voldaan.

Het vliegtuigje was bestemd voor de Eindhovense Aero Club die er haar eerste vlucht op 28 augustus 1955 mee maakte. Tot 4 november 1962 vloog de EAC met de Ba­by, en had toen 4209 starts gemaakt en er 622:24 uur mee gevlogen.

Veel vliegplezier dus zoals:

* 08-04-56 Overland Eindhoven - Duisburg 96 km door Karel ten Hove die er zijn zilveren C mee verdiende, hij had de vorige dag 5uur gevlogen, ook op de PH-214, wel had hij vergeten zijn barograaf op te winden. Hij was daarmee de eerste Zilveren - C vlieger van de Klu Zweefclub Eindhoven. 

* 04-08-60 Overland Terlet - Dendermonde (B) 172 km door A. Schijven die er eveneens zijn zilver mee verdiende.

* 10-06-61 Overland Eindhoven - Veghel door J. Mortel

* 30-06-62 Overland Terlet - Groenlo 46 km door Ad v Tilburg.

Verder:

Kampen op Terlet 1957,Keiheuvel 1958, Haamstede 1959, Terlet en Venlo 1960, Terlet 1962, 

Maar ook is de sterkte van de Baby aardig op de proef gesteld zoals:

* 20-04-57 Bij overland in prikkeldraad gevlogen, romp beschadigd en schaats gebroken. Vlieger J.Smits.

* 07-09-58 Bij landing tegen boom gevlogen. Rechter tip afgebroken. Vlieger M. Mauser.

* 19-04-60 Bij meewindlanding ground-loup. Romp ernstig beschadigd.

* 03-04-60 A.Schijven heeft een overland gemaakt naar Kleine-Breugel. Op de terugweg betrokken bij een aanrijding. Hierbij brak de linkervleugel.

* 15-07-61 Bij wedstrijdvlucht op Hilversum in de landing tegen een boomtop gevlogen. Beide vleugels en romp zwaar beschadigd. Vlieger was H.Pauchli.

Begin 1963 ging het vliegtuigje over naar de Gelderse Zweefvlieg Club. Op 12 april van dat jaar maakte die hun eerste start. Tot en met 1975 heeft de Gelderse er mee gevlogen. Het toestel stond daarna een jaar lang werkeloos in de grote hangaar van Terlet. Het aantal starts  over 1975 (379) en uren (65:31).

Hoewel de Gelderse er 4660 starts mee maakte is er weinig van hun ervaringen aan de vliegtuig-administratie toevertrouwd. Opvallend is dat de Baby steeds op Terlet heeft gevlogen. Slechts vier overlandvluchten zijn uit de vliegtuigadministratie te traceren

* 04-05-70 Terlet - Hilversum 1:30 uur.

* 05-05-70 Terlet - Eemnes-Binnen 1:10 uur.

* 05-09-71 Terlet - Venray 3:00 uur.

* 09-06-73 Terlet - Zutphen 1:35 uur.

In 1976 was het vliegtuigje “op” en aan restauratie toe. Dat mocht dan ook wel na 8869 start en 1382:44 uur. Een gemiddelde van 9:30 mm per start, wat bepaald niet slechts is voor een vliegtuig met een glijhoek van 1:17.Neelco Osinga heeft de Baby toen gekocht van de GeZC. Van 1976 tot 18-04-1982 is het toestel geheel gerestaureerd door René Karrer.

Toen begon het avontuurlijke leven van de Tempo Doeloe, zoals het vliegtuigje door Neelco is gedoopt. Tempo Doeloe is het verleden dat je op z'n minst nog kan ruiken: niet meer van deze aarde, maar het hangt nog een beetje in de lucht. Aldus Jan Blokker in de Volkskrant op 8 juni 1985.

Een kleine opsomming:

* 1982 3e  Baby Treffen in Salland, 10e In­ternationale Oldtimer Treffen in La Montag­ne Noire.

* 1983 l1e  Oldtimer rally in Farkashegy

Hongarije, VGC rendez-vous in Lasham-Engeland.

* 1984 12e  Oldtimer meeting op Terlet

* 1985 Baby Treffen in Boberg bij de Hamburger Aero Club.* 1986 Baby Treffen in Warburg waarbij een dagprijs in de wacht werd gesleept.

* 1987 15e  Internationale Oldtimer Rally in Aalen Elchingen.

* 1988 16e  Internationale Oldtimer Rally in Bourges, Baby Treffen bij Aachen-Merzbrück.

* 1989 10e  Baby Treffen Hoya-Wezer, 17e Internationale Rally in Budapest.

* 1990 18e  Int. Vintage Glider Rally te Keiheuvel-België, Oldtimer Treffen op Salland.

* 1991 12e  Baby Treffen Aukrug.

* 1992 13e Baby Treffen in Achmer, 20e Oldtimermeeting op Terlet.

* 1993  9e  Nationale old-timer meeting Hoogeveen, 21e  Int. Vintage Glider Rally Zbraslavice, en vluchten op de Wasserkuppe.

In 1994 heeft Neelco Osinga het vliegtuigje overgedaan aan de huidige eigenaar Ben Schenk. In 1995 heeft deze daarmee aan de Internationale 16e  Baby Treffen deelgenomen te Axel in Zeeuws Vlaanderen,  het 17e  Baby Treffen te Lachen-Speyerdorf in 1996 en het 18e  Baby Treffen in Aachen- Merzbrück in 1997 en het 19e Baby Treffen in Achmer in 1998.

Tot slot wil ik dit historisch overzicht beëindigen met de opdracht die Heinz Huth in het zweefvliegtuigboek van de PH-214 schreef:

"Mit Baby fing die fliegerei erst richtig an!" 

Op 10 augustus 2010 heb ik mijn Baby verkocht aan Stefan Janes. De Baby blijft voorlopig Nederlands geregistreerd. Momenteel is het gestationeerd op het zweefvliegveld Kusel, Noordwestelijk van Kaiserslautern

PH-215

Deze Baby IIb is gebouwd in 1955 bij A.Schleicher in Poppenhausen Wn. 94. Dit vliegtuig is verkocht naar Duitsland. Zie Grunau Baby IIb in Duitsland D- 0065.

index ] Omhoog ] Eigenbouw ] Fokker Baby's ] Het Begin ] Bauling Baby's ] Schleicher Baby's ] [ De Overlevenden ]