Welkom op de Grunaubaby homepageindex Omhoog Forthcoming Event GBIIbDeutschland GBIII Deutschland Histories The Museumbabies Hungary Baby Baby in Brazil GB in Belgie DDR Grunau Baby GB in Austria GB in Danmark Cumulus Zlin 24 Krajánek GB in England SF27A

 

Anthony Fokker 

 *06.04.1890  +23.12.1939

De vliegkunst en ik zijn met elkander opgegroeid. Ik was reeds bezig zelf een machine te bou­wen, voor ik er nog ooit één had zien vlie­gen; dat was in 1910. Van den dag in 1908 af, dat ik op den zol­der van het huis van mijn vader, in Haarlem, heftig-energiek een oude keukenstoel vloog, waaraan ik een stuurinrichting zooals Wright die gebruikte geknutseld had, leefde ik nog slechts voor de aviatiek.

Aldus Fokker in zijn boek “De Vliegende Hollander”.

Vliegen leerde hij met proefvluchten op vliegtuigen die hij eerst zelf maakte. Niemand zag wat in deze vliegtuigen. Hoewel hij veel demonstraties gaf en een goed lopende vliegschool, kwam de kentering op 20 januari 1912. Met veel lof gewaagt de Berlijnsche pers van de prestaties van Fokker te Johannisthal waar de goden van de Duitse luchtvaart bijeen waren. De Berliner Zeitung am Mittag schrijft o.m. over Fokker: “Hij vloog bij een vrij hevige wind op verbazingwekkende zekere wijze. Speciaal het gemakkelijke sturen van de machine is buitengewoon. Hij vloog zeer kleine achten met de grootst mogelijke zekerheid”.

Op 22 februari 1912 werd Fokker Aviatik GmbH ingeschreven in het handelsregister van Berlijn. Later werd dit veranderd in Fokker Flugzeugwerke GmbH. Vader Fokker was een van de belangrijkste financiers.

Zeer veel ontwerpen volgden de “Spin” op. In oktober 1918 had Fokker vele typen in de “V-serie” gebouwd. De laatste de V-42 was een zweefvliegtuig. Het werd naar Amsterdam gestuurd en als vliegbootje beproefd.

In 1919 stichtte Fokker op het terrein van de Amsterdamse Luchtverkeer tentoonstelling ELTA de eerste Nederlandse vliegtuigfabriek, die weldra beroemd werd om de uitstekende vliegtuigen die daar werden vervaardigd.

In augustus 1922 toog Fokker naar de Rhön, met zijn FG.I en FG.II,  één - resp. tweepersoons zweefvliegtuigen. Hij maakte met de FG.II de eerste passagiersvlucht ter wereld met een zweefvliegtuig en vestigde samen met Friedrich Wilhelm Seekatz een wereldrecord tweezitter van 12 minuten en 53 seconden op 26 augustus 1922.

In "Flugsport" van 12 september 1922 schreef Seekatz over deze vlucht:

"Fokker had in zijn fabriek te Amsterdam twee tweedekkers doen bouwen, één met een vleugeloppervlak van 36 m² en één kleinere met 27 m². Zij waren in tien dagen klaar en werden in drie dagen met een transportauto naar de Rhön vervoerd. Wij hadden besloten om direct met zijn tweeën te vliegen, want de feitelijke wedstrijden waren reeds voorbij en het record van ruim drie uur te slaan was een opgave, waaraan wij niet zo gemakkelijk zouden kunnen voldoen. Ik zit achter Fokker, zes sterke Rhön-enthousiasten trekken aan de kabel, Fokker roept "los" en na een paar meter hangen wij in de lucht, maken een sprong en landen weer.

Nu spannen wij de kist achter de Cadillac, zegt Fokker en wij zweven iets langer. Van mijn zitplaats uit kan ik zien, dat Fokker de machine volkomen in de hand heeft. En nu met het toestel naar de helling, kommandeert Fokker. De Kuppe is vol menschen, de wind is goed en iedereen kijkt vol spanning toe. De eerste passagiersvlucht met een zweefvliegtuig gaat gebeuren. Het kommando "los", de jongens rennen, ik merk, dat de machine goed los komt en direct stijgt. Op hetzelfde moment echter een ruk, de neus van het toestel wijst recht naar beneden, voor en achter mij rotsblokken, de kabel zit nog vast, zit ergens geklemd, nog een ruk, de machine herstelt zich. "Is er iets kapot?" roept Fokker naar mij. Vlakken hangen er nog aan, alles in orde, vooruit maar weer. Door die duik hebben wij te veel hoogte verloren en kunnen wij van den opwind geen profijt meer trekken. Wij moeten landen, daar bij die wei, zegt Fokker. "Laten wij liever op dat klaverveldje landen," zeg ik, "dat is dichter bij de straatweg".

Het spreken in zoo'n zweefvliegtuig gaat prachtig. Alles loopt schitterend van stapel, wij waren bijna twee minuten in de lucht.

Het kleine wereldrecord is er. Nu komt de werkelijke recordvlucht. De wind waait nog steeds uit de goede richting, is echter niet zeer krachtig. Wij starten glad en vliegen in de richting van het dal, naar het dorp Poppenhausen. De plek is goed en Fokker besluit hier te blijven. En dan doet Fokker iets, wat nog niemand op de Wasserkuppe zag, hij draait een prachtige steile bocht, zooals wij dat gewend zijn van motorvliegtuigen. Het ziet er uit alsof wij hier dagen zouden kunnen zweven. Wij vliegen dichter bij de met bosschen bedekte helling om te zien of ook daar voldoende opwind is. Wij zakken echter door en moeten weg. Doch de wind begint al minder en minder te worden en het wordt tijd om te landen. Bovendien, het record is gevestigd en ons doel is bereikt. Wij feliciteren elkander, ik Fokker als recordhouder, hij mij als eerste passagier in een zweefvliegtuig".

Seekatz was later chef der Afdeeling Export der Nederlandsche Vliegtuigenfabriek.

Na de tweede Wereldoorlog zat Fokker in 1946 om werk verlegen. De Koninklijke Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) gaf toen opdracht tot de (op)bouw van zweefvliegvloot nl. 72 vliegtuigen, als volgt te specificeren: 36 ESG’s, 24 Grunau Baby’s, 6 Olympia’s en 6 Gö4 tweezitters. "Dit was op voorstel van de Technische- tevens Coördinerende Commissie. Deze aantallen hielden verband met het feit dat gedacht was, zoo spoedig mogelijk na den oorlog in zes centra met de opleiding aan te vangen, zoodat alles zes, of een veelvoud daarvan is".

De totale waarde van de opdracht was F247.650, 

Het was echter niet het oude type IIa dat Fokker zou bouwen, maar de verbeterde Grunau Baby IIb, die met remkleppen en met een zwaartepuntshaak uitgerust was. Daar de zweefvliegerij in die jaren in Duits­land verboden was, en er reeds voor de oorlog een versie uitgerust met remkleppen in Zweden in licentie gebouwd was, moes­ten bepaalde tekeningen omtrent dit type van daaruit betrokken worden.

Dat dit niet zo voor de hand lag blijkt uit de notulen van de algemene ledenvergadering van de Vakafdeling Zweefvliegen van 26 januari 1946. "Naar aanleiding van opmerkingen van de heer Hein Schwing van de Haagse Club blijkt dat Fokker slechts beschikt over de tekeningen van de Baby IIa; dit is het oude type zonder remkleppen en zwaartepuntshaak. Uit goede bron is het hem bekend dat b.v. in Zweden de Grunau Baby IIb wordt gebouwd. Naar aanleiding hiervan vraagt de heer de Lange van de Rijksluchtvaartdienst aan den voorzitter en den heer Van Swijndegt, of het niet mogelijk is, dat de heer Zweypfenning, de technische verbindingsman tusschen de KNVvL en Fokker, per omgaande per vliegtuig naar Zweden kan gaan om deze teekeningen te verkrijgen en zich zoo mogelijk inlichtingen te verschaffen over de bouwwijze enz. 

De voorzitter en de heer Van Swijndregt gaan hiermede accoord, zoodat besloten wordt, dat de heer Zweypfenning onmiddellijk zijn papieren in orde zal laten maken voor vertrek".  

Omdat met name de zwaartepuntshaak een nieuwe ontwikkeling op de Grunau Baby was en men tevens constructieve ervaring op wenste te doen met de inbouw van remkleppen, wer­den deze wijzigingen allereerst op twee vooroorlogse “Bauling Baby’s” uitgevoerd, om aldus van een optimale plaatsing en werking op de Fokker-Baby verzekerd te zijn. De tekeningen voor de inbouw van de remkleppen werden door Ir. Zweipfenningh opgehaald uit Zweden.

Eind 1946 werd de eerste Fokker Baby ingevlogen op het vliegveld Teuge door de voorzitter van de vliegclub Teuge,  de heer Bauling. De registratie: PH-148.

Ook hadden de Fokker Baby’s het vergrote, fraai afgeronde richtingsroer, dat de Nederlandse Baby’s altijd gekenmerkt heeft. Hun prijs bedroeg toen f 2200, - per stuk.

De Fokker Baby's

PH-148 Vliegklaarmaken op Teuge in 1946. 

Baby IIb gebouwd door Fokker onder SN 6030. Eind 1946 werd deze eerste Fokker Baby ingevlogen op het vliegveld Teuge door de voorzitter van de vliegclub Teuge,  de heer Bauling. Eigenaar was de KNVvL. Dit vliegtuig ging in bruikleen naar de Eerste Limburgse Zweefvliegclub. In 1961 begon het vliegseizoen niet zo rooskleurig voor de Venlose Zweefvlieg Club (VZC). Door diverse omstandigheden was de vloot gedecimeerd tot 3 vliegtuigen. De heer H. Driessen ondernam een soort pelgrimstocht naar Den Haag en tot ieders verbazing met groot succes. Hij bracht n.l. de Fokker Baby PH-148 mee naar Venlo. Hij kreeg op 12.11.64 een ongeval op Deelen. Op 08.06.65 werd de inschrijving doorgehaald.

PH-149

Baby IIa gebouwd bij Fokker in 1947, SN. 6031. BvL nr. 48. De KNVvL was de eigenaar. Helaas ontbreekt het eerste dagboek zoals dat toen werd “uitgegeven door de E.N.Z.C. met goedvinden van den directeur van den Luchtvaartdienst”. Het tweede dagboek begint op 16.04.1950. Het vliegtuig was toen in huur bij de Vliegclub “Teuge”. Het maakte daar zijn laatste vlucht op 24.11.1957. Het had toen op Teuge 3818 starts gemaakt en 466uur en 47 minuten gevlogen. Het had al een bewogen leven achter de rug. In januari 1951 werd het toestel gereviseerd. Dit was kennelijk het startsein voor een grote overland campagne. 22.04.51 ging v. Welsum overland naar Soesterberg. Op 19 mei 1951 ging Ordelman in 1uur en 37 minuten met een doelvlucht naar Hilversum. Op 16.07, 17.07, 20.07, 28.07 en 01.09.51 gingen resp. Hoppener en v Welsum om de beurt overland. 19 juli was ook een goede dag want dezelfde Hoppener maakte een duurvlucht van 6uur en 56 minuten.

Een merkwaardige gebeurtenis was op 25 november 1951. Het moet toen hard gewaaid hebben want Batenburg maakte een duurvlucht aan de lier van 1uur 30minuten.

Op 20 april 1952 is het toestel tijdens de landing overtrokken en afgegleden. De schade was aanzienlijk. Wie het vliegtuig gerepareerd heeft (vermoedelijk Terlet) is niet geregistreerd. Het werd op 15 juni 1952 goedgekeurd door de L.V.D.

Eerst op 27 juni 1954 ging het vliegtuig weer overland met Kroneman. Hij bereikte Tubbergen.

13.04.55 Weersgesteldheid: Fracto cum. Windsnelheid:5-7m/s overland Zutphen. v Welsum.

Op 16 juli 1955 had Zomerdijk een slechte dag. Hij landde buiten het veld en beschadigde het vliegtuig flink. Onderkant romp spant 6,7,en 8 stuk. Op 23 juli vloog het toestel al weer.

Bij de herverdeling van vliegtuigen eind 1957 bij de KNVvL werd de 149 toegewezen aan de Friese Aëro Club. Huurprijs F475, - per jaar.  Die zou er mee blijven vliegen tot het niet meer mocht in 1965. Het werd toen afgekeurd vanwege zijn caseïne verlijming. (Het zgn. Lijmkeuringsbewijs).

Het maakte er op 15 februari 1958 zijn eerste vluchten. Op 16 februari 1958, de wind was west met een snelheid van 7m/s werd een record hoogte aan de lier bereikt nl. 750m.

In het vliegseizoen vond de inspecteur het kennelijk nodig om het vliegtuig een grote beurt te geven. “19-7-58 Vliegtuig geheel speling vrij gemaakt, alle stuurkabels ver­nieuwd, alle losse lijmverbindingen gerepa­reerd. Vliegtuig geheel opnieuw bekleed en gespoten “. Op 16 augustus vloog het vlieg­tuigje alweer op Leeuwarden.

De overlandvluchten die met dit vliegtuig gemaakt werden zijn alle tijdens de club­kampen gemaakt. 23.07.59 Jan Vermeer Teuge- Terlet, 24.07.59 Flip vd Woude Teuge- Terlet, 25.07.59 Frans Dassel Teuge- Speckholzerheide (155km)

 04.07.60 Tjebbe Spannenburg Teuge- Lüdingshausen (103km), 24.07.62 Ton Helders Venlo- Kasterlee België (85km), en 22.07.63 Klaas Rienks Venlo- Bad Neuenahr (112km).

De Friese Aëro Club heeft er 5033 vluchten mee gemaakt en er 718uur en 37 minuten mee gevlogen. Bijzonder is dat in het laatste jaar 1964 er  105uur mee werd gevlogen met 714 starts.

Eind 1964 ging het vliegtuig naar de Centrale Werkplaats op Terlet voor algehele inspectie. Het werd toen afgekeurd.

PH-150

Fokker Baby IIb SN. 6032. Bouwjaar 1947. Eigendom van de KNVvL (27.9.47), vloog op Terlet. Op 19.06.60 kreeg het een ongeval op Terlet. Het was zodanig beschadigd dat het "Total loss" was. De inschrijving werd op 20.10.61 doorgehaald.

PH-151

Baby IIb gebouwd bij Fokker in 1947 SN 6033. Aflevering op 11-09-1947 en in gebruik genomen door de LSK Zweefvliegclub in Twente.  Begin 1957 ging het vliegtuig naar de Zweefclub Den Helder. Op 31 augustus 1959 is met de PH-151 de eerste overlandvlucht gemaakt. De 17 jarige Jaap de Moor die recht over Schiphol vloog, landde na 107 km bij Haastrecht bij Gouda. Was op 15 mei 1960 betrokken bij een ernstig ongeval op de Kooy. Het is toen in een vallende lierkabel gevlogen waarbij ernstig lichamelijk letsel viel te betreuren. Na de wederopbouw onder leiding van de heer Louw, kreeg het op 15 maart 1962 weer het BVL maar werd wederom total loss gevlogen als gevolg van verwaarlozing van het circuit. Op 1 September 1964 werd de inschrijving doorgehaald "op verzoek van de eigenaar".

PH-154

Fokker Baby IIb SN. 6036. In 1948 kwam dit vliegtuig in gebruik bij de Venlose Aero Club. Zijn eerste daad was te pronk hangen.  De Baby werd in de nok van de tent opgehangen tijdens de Venlosche Handels Tentoonstelling (VeHaTe) die deze zomer gehouden werd. Daarvoor had de VZC al de pers gehaald met het organiseren van de eerste Naderlandse wedstrijd voor Grunau Baby vliegers van 13 tot 20 juni. Hoe onbekend zweefvliegen was direct na de oorlog blijkt uit het volgende verhaal. Op 1 mei 1949, na een vlucht van 2 uur en 22 minuten landde Huib Straatman bij Hermalle, startplaats Venlo (afstand 120 km). De landingsplaats was dichtbij het kasteel van baron de Potesta. IJlings toegelopen buurtbewoners hadden gevraagd of de vlieger zijn motor verloren had. Hij werd overigens goed verzorgd door de barones.

Op 28 en 29 September 1951 nam hij deel aan zweefvliegdemonstaties ter gelegenheid van de heropening van het vliegveld Essen- Mülheim in Duitsland.

Eind 1951 ging hij naar de Vliegclub Teuge. Op 04.07.64 was het bij een ongeval betrokken waarna in juni 1965 de inschrijving werd doorgehaald.

PH-155

Fokker Baby IIb SN. 6037. Vloog in 1950 op Leeuwarden bij de FAC. Maakte op 5 juni 1950 een harde landing waardoor de cockpit flink beschadigd was. De onfortuinlijke piloot was H. K. van Huizen. Met toestemming van de Heer Vaassen, die de schade had opgenomen mocht “de reparatie op de Vliegbasis zelve plaats vinden onder zijn toezicht”. Er was echter nog een ander beding nl. de schade moest binnen drie maanden hersteld zijn. 

Toen dit niet lukte kwam op 16 september een boze brief van de KNVvL waarin onder andere werd gesteld: “de situatie in onze vloot van zweefvliegtuigen is uiterst precair. Zo Uw club er dan al geen behoefte aan heeft spoedig weer over een Grunau Baby te kunnen beschikken, andere clubs zouden wij geen groter genoegen kunnen doen dan hun een toestel toe te wijzen (de ACvZ heeft voor ruim 30 Babyvliegers slechts één Grunau Baby beschikbaar en zo zijn er nog enkele gevallen te noemen!)”.

Eind 1950 kwam het toestel gereed in de werkplaats van Sjaak van Rijn. Toen Vaassen het vliegtuig inspecteerde keurde hij het af. Het ging toen terug naar Terlet waar het zonder omhaal direct werd ingezet in het Terletse vliegbedrijf.

In 1953 vloog het op Terlet bij de scholierenopleiding.

Later was het in gebruik bij de Gelderse Zweefvliegclub. Op 28.01.72 werd de inschrijving doorgehaald.

PH-156

Een Baby IIb gebouwd bij de NV Fokker SN 6038 en eigendom van de KNVvL, In gebruik genomen door de Vliegclub Teuge. Op 08-06-1965 werd de inschrijving doorgehaald.

PH-157

Fokker Baby IIb SN 6039. Eigendom van de KNVvL en in gebruik bij de Kennemer Zweefvliegclub. Gaat per 02-05-1951 naar de Zuidhollandse Vliegclub. In het begin van 1955 gaat hij weer vliegen bij Kennemer Zweefvliegclub. Krijgt op 10-05-1959 een ongeval op Langeveld waarna de inschrijving op 12-10-1961 wordt doorgehaald. 

PH-158 Foto genomen tijdens een Kamp  Juli 1966 op Teuge foto uit archief EAC door tussenkomst Jilles Smits

Een Baby IIb gebouwd bij NV Fokker onder serienummer 6040. Werd in 1947 in gebruik genomen bij de Eindhovense Aero Club.

Onder Zweefvliegnieuws schreef Avia Vliegwereld in dec. 1954 het volgende over de Eindhovense Aero Club: “Niet lang geleden demonstreerden twee zweefvliegtuigen boven deze basis echter een minder verstandige innigheid. (De vorige alinea ging over de samenwerking tussen de EAC en de Luchtmacht-zweefvliegclub Eindhoven) Een Baby (PH-158) bestuurd door een lid van de ene club gaf nl de ESG (PH-115), die met een lid van de andere een keurig circuit vloog, onverhoeds een ferme tik met z’n vleugeltip tegen het richtingsroer. Anderhalve meter Babytip verdween van 100 meter hoogte in de diepte en het richtingsroer van de brave ESG bleef aan de stuurkabels erbij bungelen. Als om een nieuwe slagzin “zweefvliegen is veiliger dan u denkt” te bewijzen, kwamen beide kisten ondanks hun invaliditeit veilig aan de grond. De waaghals, die met zijn Baby een zoemertje langs de ESG had willen maken krijgt nog wel het een en ander te horen van de bevoegde autoriteiten! De ESG vloog de volgende dag alweer met de staart van een ander exemplaar, maar de reparatie van de Baby vleugel wordt een flink karwei voor de bouwploeg van de heer Smits”.

 Op 05-11-1968 werd de inschrijving doorgehaald, "Afgekeurd".

PH-159

Een Fokker Baby IIb SN 6041. Kwam in juni 1947 naar Venlo bij de VZC. Deze Baby samen met de in oktober gearriveerde PH-169 zorgden voor vernieuwde activiteiten op zweefvlieggebied. In het voorjaar van 1948 gingen de beide vliegtuigen op een doordeweekse dag overland met rep. Brauckman en Seuren. Toen zij tenslotte tussen Kempen en Krefeld landden, wisten de toegesnelde militairen van het Engelse Bezettingsleger niet wat er moest gebeuren. Daarom werden de twee  VZC-ers naar de kazerne in Krefeld afgevoerd en daar overigens goed van eten en drank voorzien. De volgende morgen mochten de vliegers en toestellen worden opgehaald.

Kreeg in 1957 een verjongingskuur.

Op 2-7-1960 bij een overland zwaar beschadigd en moest als verloren worden beschouwd. De inschrijving werd op 05.11.68 doorgehaald met als reden "afgekeurd".

PH-160

Gebouwd in 1947 door NV Fokker. SN 6042. Eigendom van de KNVvL. In gebruik genomen door de Eerste Zaanse Zweefvliegclub. Op de eerste vliegdag (eerste Pinksterdag) in 1947 was er al een kraak door Nico Molenaar. Begin 1951 in gebruik op Terlet. In 1956 gaat dit vliegtuig naar de Eerste Limburgse Zweefvliegclub terug. Op 05-11-1968 wordt de inschrijving doorgehaald, "afgekeurd",

PH-161 “de Sigaar”

Een Fokker Baby IIb.  SN 6043 Eigendom van de KNVvL en op 13.07.48 afgeleverd. Het werd in 1950 uitgegeven aan de Delftse Studenten Aeroclub. Vloog in 1956 en 1960 bij de Zweefvliegclub Rotterdam (ZCR). Was op 06.04.61 betrokken bij een ongeval. De inschrijving werd op 08.06.65 doorgehaald.

PH-162 Foto genomen op Teuge in 1963 tijdens een EAC kamp.

De PH-162 was toen in gebruik bij de EAC Toen we hem kregen was de kleur aluminium en met reclame voor Verkade Reepen, het zelfde als de PH-171. Deze reclame was waarschijnlijk  omdat de 162 en 171 beide bij de Zaanse club zijn geweest. In de Winter van 1963/64 is de PH-162 opgeknapt en kreeg het zelfde kleuren schema als de PH-58  nog steeds het zelfde als de nu gerestaureerde PH-58 er uit ziet. Helaas  overtrok een onervaren leerling op lage hoogte en kwam in een vrille  gevolg total loss. De vliegerster gelukkig alleen een paar schrammen. Groetjes Jilles Smits  20 juni 2009

Fokker Baby SN 6044 gebouwd in 1947 Was eigendom van de KNVvL en in gebruik genomen bij de Gilzer Luchtvaart Club Illustrious.  Op 02-05-1951 in gebruik bij de LSK Zweefvliegclub Gilze Rijen. Ging in 1961 naar de Eerste Zaanse Zweefvliegclub en vloog ook bij de Eindhovense Aero Club. Hij kreeg daar op 06-06-1964 een ongeval. Per 1 September 1964 werd de inschrijving doorgehaald.

PH-163 

         In de cockpit Louis vd Meer oktober 1964

Fokker Baby IIb  gebouwd in 1947 SN 6045.Ging naar de Gooische Zweefvlieg Club Op 10-04-1968 werd de inschrijving doorgehaald. Onderdelen zullen dienst doen bij de restauratie van de PH-190. 

PH-164   "Scout".

Fokker Baby IIb SN 6046. Op 11.06.48 werd dit toestel afgeleverd aan de eigenaar, de KNVvL. Het werd in gebruik genomen door een achttal luchtverkenners van de KNVvL, die dit toestel ter beschikking hadden gekregen, om daarmede als bijzondere afdeling van de Zuidhollandse Vliegclub zich te oefenen in het zweefvliegen. De opleiding van deze jongens, allen lid van de Van Weerden Poelman Groep, viel in het kader van de scholierencursussen. Tal van autoriteiten waren aanwezig op het vliegveld Ypenburg om de overdracht van de Grunau Baby (met behulp van champagne “Scout” gedoopt) aan de Van Weerden Poelman Groep bij te wonen. Velen van dezen maakten daarna een vluchtje in een Goevier van het KNVvL Zweefvliegcentrum, o.a. Gen. Majoor Vlieger I. A. Aler, Dr. A. Plesman en W. C. J. Versteegh. Vloog in 1952 op Terlet bij de scholierencursus. Kreeg op 09.10.54 een ongeval op Valkenburg na kabelbreuk op 120m hoogte in vrille tot in de grond. Op 03.02.55 is de inschrijving werd doorgehaald.

PH-165

Fokker Baby IIb SN 6047. Hij was eigedom van de KNVvL en werd in gebruik genomen door de Eerste Limburgse Zweefvliegclub in 1947. Begin 1955 ging hij naar de Noord Nederlandse AeroClub. Op 21.09.58 kreeg hij een ongeval op Eelde.  Vloog in 1960 op Ypenburg bij de ZCR. Op 20.10.61 werd de inschrijving doorgehaald.

PH-166

Een Fokker Baby IIb. SN 6048. Eigenaar de KNVvL. Het vliegtuig ging in gebruik bij de LSK Zweefvliegclub Twente. Vloog in 1950 op Terlet bij de scholierencursus. In 1956 ging het naar de Zweefvliegclub Den Helder waar het op 15 mei arriveerde. Het was het eerste zweefvliegtuig wat na de oorlog op De Kooi is geland. Op 26.04.64 kreeg het een ongeval op De Kooy. De vlieger werd opgenomen in het ziekenhuis maar mocht na enkele dagen weer naar huis. Hij was zodanig geschrokken dat bedankte voor het lidmaatschap. Het kostte de club een vliegtuig en ingevolge het huurcontract met de KNVvL tevens ƒ1000,-. De inschrijving werd op 01.09.64 doorgehaald.

PH-168

Fokker Baby IIb. SN 6050 Eigendom van de KNVvL. Op 22.09.47 werd het BVI uitgereikt en ging het vliegtuig naar de Delftse Studenten Aeroclub. Bram Leutscher, die als instructeur fungeerde in het DSA Paaskamp op Terlet, vloog op 13 april 1953 met deze Grunau Baby naar Essern bij Minden. Hij legde 199 km af, wat een buitengewone prestatie was. In 1955 vloog dit vliegtuig op Valkenburg. Op 20 maart 1955 maakte Wim Toutenhoofd een overlandvlucht vanaf Valkenburg. Hij moest na 2 uur en 40 minuten landen in de buurt van het Kagermeer. In 1960 had de ZCR dit vliegtuig in huur van de KNVvL. Op 02.09.62 kreeg het een ongeval op Ypenburg. De inschrijving werd op 08.06.65 doorgehaald.

PH-169   “13 kwadraat”

Fokker Baby IIb SN 6051 Eigendom van de KNVvL. Vloog o.a. op Terlet. Ging in oktober 1947 naar de VZC. Door de komst van de Baby kwamen er ook nieuwe ontwikkelingen op Venlo. J. Schaade deed voor hoe men een looping moest draaien. Dit leidde tot vreemde navolging. Wiel Seuren heeft jarenlang verteld dat hij een looping zo ruim uitvoerde dat die als een cirkel op zijn barogram kwam. Brauckman behaalde met dit vliegtuig in 1952 de beste individuele prestatie met een afstandsvlucht van Venlo naar Oosterhout. In 1955 ging het naar de Centrale Werkplaat op Terlet en keerde niet meer terug naar Venlo. Het ging het vliegen bij de Gooise Zweefvliegclub. Op 18.04.64 kreeg het een ongeval op Hilversum. De restanten werden verbrand. De inschrijving werd op 01.09.64 doorgehaald "Op verzoek eigenaar".

PH-170 De PH-170 op Leeuwarden voor Hangaar 9

Fokker Baby IIb. SN 6052 Eigendom van de KNVvL. Hij ging bij de verdeling van vliegtuigen in 1947 naar de Amsterdamse Club voor Zweefvliegen. In 1950 werd deze Baby bij de ACVZ 400 maal opgelierd en bleef in totaal 64 uur in de lucht. Mei 1951 werd hij ernstig beschadigd, toen deze bij de landing een hek raakte. De vlieger kwam er zonder schrammen af. Hij vloog een seizoen bij de Friese Aero Club op Leeuwarden. Op 16 juni 1956 kwam de Baby op Leeuwarden aan. Paul Jansen vloog als eerste en bleef gelijk 2 uur weg. Hij vloog er in 28 starts 7uur en 51minuten.

De Baby had geen wiel en werd geruild voor een Prefect omdat deze het benodigde onderdeel voor het maken van “autosleepstarts” vanaf de verharde baan bezat. Hij ging daarna naar de Nijmeegse Aero Club. Op 01.09.64 werd de inschrijving doorgehaald "Op verzoek eigenaar".

Thans (2002) is het in het bezit van het Luchtvaartmuseum “Aviodome” te Schiphol Amsterdam.

PH-171  foto's Gerard Rollenberg

Fokker Baby IIb WN 6053 Eigenaar de KNVvL die hem in gebruik gaf aan de Amsterdamse Club voor Zweefvliegen op 27.09.47.  Kreeg in 1949 een ongeval na een overland te Otterlo. De bestuurder Albracht was ernstig gewond. De club had nu geen Baby meer daar de in aanbouw zijnde Baby nog niet gereed was. In 1956 ging hij naar de Eerste Zaanse Zweefvliegclub. Op 13.08.62 had hij een ongeval op Castricum. De inschrijving werd op 01.09.64 doorgehaald.

Omhoog ] Eigenbouw ] [ Fokker Baby's ] Het Begin ] Bauling Baby's ] Schleicher Baby's ] De Overlevenden ]